Het meest opvallend

Kolonioloog'Kolonioloog' Wil Schackmann deelt verhalen, anekdotes en wetenswaardigheden met u 
over de Koloniën van Weldadigheid. Aanleiding is het project 'Post van Weldadigheid', een 
crowdsourcingproject waarbij de brieven van de Maatschappij van Weldadigheid 
doorzoekbaar worden gemaakt. 

 Meedoen? Kijk op de website VeleHanden.

 

Het meest opvallend
Zo'n laatste stukje is een mooi moment om uit te zoeken wat mij nou het meest heeft getroffen in die Post van Weldadigheid. Is het de immense slordigheid? Ik bedoel: we doen ons best met indexeren, we doen vreselijk ons best, maar af en toe lijkt het vechten tegen de bierkaai.

Op 12 mei 1841 schrijft een als executeur-testamentair optredende persoon uit Bergen op Zoom aan de adjunctdirecteur van het tweede gesticht dat er een erfenis is gevallen op 'de bedelaars koloniste Johanna Catharina Gelten', de adjunctdirecteur meldt dat hij een brief over 'de bedelaarskoloniste A.C.Gelte' heeft ontvangen aan directeur Van Konijnenburg en die stuurt aan de permanente commissie de stukken over 'de bedelaars kolonist A.C.Getten'.

Ze hadden alleen even in die brief uit Bergen op Zoom hoeven kijken. Ergere voorbeelden zijn ook nog wel te vinden. Nogmaals, we doens ons best met zo correct mogelijk indexeren van namen, maar het was mooi geweest als de stafleden toentertijd ook een beetje hun best gedaan hadden.

En terwijl de directeur dus zelf slordig is, doet hij of hij tegen slordigheid optreedt, want op zijn voorstel wordt de boekhouder van de Ommerschans Jan Hendrik Staus acht dagen op zijn salaris gekort omdat hij op een staat Jacob de Jonge in plaats van Jan de Jonge heeft vermeld. Nou, dan weet ik er nog wel een paar die gekort kunnen worden. Arme familie-onderzoekers.

Maar... is dat nu louter slordigheid?

Of is het onverschilligheid? Is het 'een pauper en die heet ongeveer zo'? Je zou het wel denken. Het voorbeeld van die Jacob en Jan de Jonge gaat ook niet over kolonisten, maar over leveranciers, en die Jacob de Jong zou wel eens deelfde kunnen zijn als de voorzitter van de subcommissie van weldadigheid Meppel. Ik heb het niet nagegaan en ik heb ook geen zin om het na te gaan, maar ik denk dat (pak 'm beet:) baron Stroelaart van Rijckevorsel, wiens naam toch talloze mogelijkheden tot spellingsvariatie biedt, veel minder vaak incorrect geschreven wordt. En dan is het dus geen kwestie van slordigheid maar – en dan ben ik bij mijn punt – een uiting van wat mij aan de post het meest is opgevallen: Nederland in de eerste helft van de negentiende eeuw is een standenmaatschappij en het is werkelijk on-voor-stel-baar wat de hogere standen zich tegenover de lagere standen permitteren.

Hoe kan het bijvoorbeeld, dat zomaar iedereen uit de hogere standen zich mag bemoeien met een voorgenomen huwelijk??

Directeur Van Konijnenburg en de permanente commissie gaan er dwars voor liggen als de kolonist Nicolaas Beun wil trouwen met een weesmeisje. Die laatste is dan wel minderjarig – vanaf 1840 ligt die grens volgens mij op 23 jaar – maar zou wel toestemming van haar besteders kunnen krijgen, maar daar wachten ze niet op. Ze vinden het geen geslaagde combinatie en op die manier heb ik ze een heleboel huwelijksplannen in de koloniën zien torpederen.

Maar het is niet alleen in de kolonie, ook daarbuiten lijkt het de gewoonste zaak van de wereld. Een burgemeester schrijft een kolonist 'dat ik zwarigheid moet maken om toestemming te geven tot een huwelijk'. De burgervader vraagt zich hardop diverse dingen af, zoals 'Is het uw eigen belang wel dat gij trouwt?' En: 'Is dat ook het belang uwer kinderen ook met betrekking tot hunne opvoeding?' En: 'Keurt de directie een huwelijk goed?

Waar bemoeit de man zich mee? Let wel, het is geen minderjarige die hij toespreekt. Het is Jan Kiesling die we een tijdje terug goed hebben leren kennen als de katholieke weduwnaar die tot het protestantisme bekeerd was. Op het moment van deze briefwisseling is hij vijftig jaar oud, het speelt een jaartje na zijn bekering.

Ik zit natuurlijk al heel lang met mijn neus bovenop die koloniën van weldadigheid, en bij dit project zitten we dat allemaal, en dan lijkt het of die grenzeloze betutteling en bevoogding van de lagere standen typisch iets van de Maatschappij van Weldadigheid is. Batch 445 scan 003: Van Konijnenburg heeft een net aangekomen behoeftig huisgezin 'vermaand tot tevredenheid in zijnen stand'.

Maar ik denk toch dat het meer een beeld is van die tijd dan van alleen de koloniën. De pedante jongeheren Van Lennep en Van Hogendorp die het koloniale onderwijs bekritiseren omdat er vakken als aardrijkskunde en geschiedenis gegeven worden die mensen uit de arbeidersstand volgens hen niet nodig hebben. De vele notabelen in den lande die een stadgenoot het bedelaarsgesticht in werken, ook al heeft die nooit gebedeld, maar omdat ze hem daar beter op zijn plaats vinden.

Als het zo algemeen in heel Nederland speelt, komt de Maatschappij van Weldadigheid er in mijn ogen weer ietsje beter af.

Dat was 'em. Als je een stukje nog eens wilt opzoeken, dan kan dat via de overzichtspagina op mijn site.