Het godsdienststrijdfeuilleton (4)

Kolonioloog'Kolonioloog' Wil Schackmann deelt verhalen, anekdotes en wetenswaardigheden met u 
over de Koloniën van Weldadigheid. Aanleiding is het project 'Post van Weldadigheid', een 
crowdsourcingproject waarbij de brieven van de Maatschappij van Weldadigheid 
doorzoekbaar worden gemaakt. 

Meedoen? Kijk op de website VeleHanden.


Het godsdienststrijdfeuilleton, aflevering 10: Vertrouwelijk
Sommige van de klachten van de roomse Staatsraad kan de permanente commissie wel zonder hulp af. De schoolonderwijzer van het eerste gesticht is buiten elke verdenking door 'zijne waarlijke Christelijke denkwijze en gevoelens'. En een doordeweekse kerkdag een keer missen kan gebeuren 'in de drukte van de oogsttijd'. Dat zij zo, als het maar geen vaste prik is. En ook dat op de jongens Kiesling dwang zou zijn uitgeoefend, valt eenvoudig te weerleggen. 'De wet heeft de regten des Vaders bepaald' en die staat in zijn recht om het geloof van zijn minderjarige kinderen te bepalen.

Maar de ontkenning door de pastoor en kapelaan van hun schuld moet worden uitgezocht en dus moet Jan van Konijnenburg weer op pad. Op 31 maart doet hij verslag:

Stukje 73 - foto 1

 

In het archief werken vind ik altijd leuk, maar ik veer extra op als ik boven een brief zie staan 'vertrouwelijk'. Aha, denk ik, dit mag ik eigenlijk niet zien. En het is louter menselijk dat ik het dan absoluut wél wil zien. Toch??

Dat geldt ook voor dit schrijven. Er is blijkens de brief van Van Konijnenburg nog enige discussie mogelijk over de kip en het ei. Hebben de jongens nu eerst tegen de pastoor en kapelaan gezegd dat ze overwogen weg te lopen en hebben laatstgenoemden daarop gereageerd of is het plan helemaal uit de koker van de geestelijken gekomen. Daar durft Van Konijnenburg geen uitspraak over te doen, daar wil hij van af wezen. Maar dat daarna het plan is aangemoedigd en gefaciliteerd, dat weet hij zeker.

De jongens 'blijven erkennen van de H H Pastoor en Kapellaan te hebben bekomen, in f 3 geld, benevens een paar appels, tot eene versnapering'. Van dat reisgeld had Antonius bij terugkomst nog f 1,10 over en Willem 1,75, van welk laatste bedrag '25 centen van zijn eigen'. En verder hebben de geestelijken hun 'eene marsch-route voorgeschreven', hoe de jongens moesten lopen en bij wie ze onderweg terecht zouden kunnen.

Eerst naar de Dedemsvaart, dan door naar Vilsteren wat van oudsher een katholieke enclave is, en dan door naar 'den Hohenhorst'. Dat laatstgenoemde Hohenhorst kan ik - dit even terzijde - dus helemaal nergens vinden. Heeft iemand een suggestie waar in Nederland dat uithangt??

Om de weg voor hen te bereiden zou 'de Kapellaan over den post aan den Pastoor, over deze jongelingen schrijven'. Hij zou daarbij ook al aandacht vragen voor hun verdere toekomst, hij zou 'aan de H H pastoors te Vilsteren en Hogenhorst, aan wie zij geadesseerd waren, schrijven, om hen aan eene dienst bij landlieden aldaar te helpen'.

Dat was ook gebeurd, in ieder geval zo ver als ze gekomen waren, 'hebbende de pastoor van de Dedemsvaart hen in ’t algemeen aanbevolen naar R. C. boeren te gaan, om nacht verblijf te kunnen bekomen'. Daar waren ze gestrand omdat ze bij zo'n boer thuis waren opgepakt. Maar het was volgens Van Konijnenburg absoluut helemaal gepland en gestuurd.

En als klap op de vuurpijl heeft hij een schriftelijk bewijsstuk dat hij meestuurt!


Het godsdienststrijdfeuilleton, aflevering 11: De reiswijzer
Het bewijsstuk duidt Van Konijnenburg aan als 'een reiswijzer', die 'de Kapellaan eigenhandig geschreven heeft, in bijwezen des Pastoors, in het hiernevens gevoegd geschreven Godsdienstig Onderwijs-boekje' van een van de jongens. Het is het laatste vel van dat boekje dat zich bevindt in batch 444.

Dat boekje, even terzijde, bevestigt mijn vermoeden dat ik al langer had dat het godsdienstonderwijs van die tijd niet veel meer is dan het uit het hoofd leren van vaste formules. Het boekje staat vol met vragen en antwoorden in de trant van: 'V: Is het Vormsel ook een sacrament? A: Ja omdat het heeft drie deelen, een uitwendig teken, de inwendige genade en de instelling van Christus.' En bijna identieke vraag-en-antwoorden bij het 'doopsel', het 'oliesel', de biecht, het 'sacrament des altaars' en de mis. Bij die laatste dan allemaal subvragen: 'V: Waaraan kan men zien dat het aan de Consecratie is? A: Als de misdienaar voor de tweede maal schelt en de misdienaar agter de priester gaat zitten.'

Enzovoort enzovoort. Allemaal opgeschreven in het keurige handschrift van Willem Kiesling, die zichzelf overigens 'W. Kiezeling' noemt, maar dat scheelt maar twee letters dus daar doen we niet moeilijk over. Waar het in dit geval echter om draait is het niet door hem geschreven stukje op de laatste bladzijde:

Stukje 73 - foto 2

Daar staat de marsroute (pak er voor het gemak even een atlas bij, dan kun je met de jongens 'meelopen'):

- Peest
- Zeijen
- Rhee
- Loon
- Rolde
- Grollo
- Elp
- Westerbork
- Eursinge
- Drijber
- Hoogeveen
- Alteveer
- Vaart

Die laatste is dus de Dedemsvaart en dan zijn we er nog niet, want er hoort nog een los velletje bij voor de rest van de reis en dat volgt in de slot-aflevering van het feuilleton.

 

Het godsdienststrijdfeuilleton, aflevering 12 en slot: De reiswijzer vervolg
Het vervolg van de reis staat op een los velletje en luidt - we waren gebleven bij de 'Vaart', waarmee de Dedemsvaart bedoeld werd - en dan gaat die:
- 'van de Dedemsvaart na Doevelaar'
- 'van deze na de Bisschopshaar'
- 'en dan op Ommen'
- 'van hier op Vilsteren'
- 'en van Vilsteren op den Hohenhorst'.

Kijk hier zelf maar (batch 441 scan 625) zodat jullie weten dat ik niet lieg:

Stukje 73 - foto 3

Zoals in het eerste deel van de reiswijzer al gemeld moesten ze zich te Vilsteren melden bij 'den WelEerw. Heer Dijkhuizen te Vilsteren' en daarna op 'de Hohenhorst bij den WelE.Heer Tempelman'.

Tempelman...? Tempelman...? Zou dat die vogel zijn die eerst als kapelaan op de Ommerschans werkte en het vertikte de mis af te raffelen als de protestanten buiten stonden te blauwbekken? Het zou best eens dezelfde kunnen zijn, maar dat is verder niet van belang want zover zijn de jongens toch niet gekomen.

Hoedanook vormen deze briefjes hard bewijs dat de pastoor en de kapelaan de ontvluchting hebben gestimuleerd en gefaciliteerd. Dominee Ruitenschild gaat er eens lekker voor zitten om 'de Staatsraad belast met de directie van het Ministerie voor de Zaken der R. K. Eeredienst' links en rechts venijnig om de oren te geven. 'Hier is meer, dan met eene enkele ontkenning kan worden uitgewischt; hier bestaat eene daadzaak die bij ons gevolgen heeft.' Hier is sprake van opzet. Het is bewezen dat 'één der R C Geestelijken te Veenhuizen met eigen hand de reiswijzer heeft geschreven, waarvan de kinders zich moesten bedienen'.

Ruitenschild heeft er echt lol in. De Staatsraad krijgt een kopie van de reiswijzer. 'Het originele van dat stuk is onder ons berustende, evenzeeer als de later ons ter hand gekomen en mede door de geestelijke eigen handig geschreven adressen der personen, bij wie de kinders zich te Vilsteren en op de Hohenhorn hadden aan te melden.'

'In deze omstandigheden,' besluit dominee Ruitenschild de oorwassing, 'zal UHEG het ons wel te goede willen houden, dat het geen de R. C. geestelijken te laste wordt gelegd, meer dan een bloot vermoeden is.'

Het antwoord van de Staatsraad heb ik niet gezien. En ik ga ook niet zoeken, want ik vind het wel mooi zo. Het verhaal zou alleen nog een apotheose kunnen krijgen als de Staatsraad door het stof gaat en de pastoor en kapelaan voor straf overplaatst naar een missiepost helemaal achterin een van onze overzeese gebiedsdelen. Maar dat, gezien de manier waarop iedereen de hele tijd zijn stand hooghoudt en toch nooit ongelijk toegeeft, dat zit er gewoon niet in.