Het godsdienststrijdfeuilleton

Kolonioloog'Kolonioloog' Wil Schackmann deelt verhalen, anekdotes en wetenswaardigheden met u 
over de Koloniën van Weldadigheid. Aanleiding is het project 'Post van Weldadigheid', een 
crowdsourcingproject waarbij de brieven van de Maatschappij van Weldadigheid 
doorzoekbaar worden gemaakt. 

Meedoen? Kijk op de website VeleHanden.


Het godsdienststrijdfeuilleton, aflevering 1: Jan Kiesling
Jan Kiesling is een weduwnaar van midden veertig die in november 1842 in de kolonie aankomt met een hele rits kinderen. Echtgenote Aafje Zeeman is - volgens wiewaswie - op 1 december 1839 overleden. Een half jaar later overlijdt een kindje van 0 jaar van haar en Jan, dus je mag er van uitgaan dat Aafje als zovele vrouwen is bezweken aan een moeizame bevalling.

Jan Kiesling en zijn kinderen worden gerekend tot de 'hulpbehoevende gezinnen, geplaatst op de tweede helft van het contract van 16 en 19 juni 1826', wat ik nog steeds een keer moet uitleggen, maar dat komt nog ergens later in de loop van het feuilleton. Nu is alleen van belang dat ze gehuisvest worden in een van de arbeiderswoningen aan de buitenkant van het eerste gesticht te Veenhuizen. Het hele gezelschap komt uit het plaatsje Zijpe in de kop van Noord-Holland en voorzover ik kan nagaan hebben ze daar ook altijd gewoond.

 Stukje 70 - foto

Volgens het stamboek van de 'hulpbehoevende gezinnen, geplaatst op de tweede helft van het contract van 16 en 19 juni 1826' (Drents Archief toegang 0186 invnr 1399) heeft Jan de volgende kinderen bij zich:

- Dirk Kiesling, bij aankomst 17 jaar oud, hij zal juli 1844 weglopen van de kolonie en wegblijven en dus in dit verhaal verder geen rol spelen;
- Lutherius Kiesling, die echter in de meeste koloniale stukken Antonius genoemd wordt, bij aankomst 15 jaar;
- Willem Kiesling, bij aankomst 13 jaar;
- Antje Kiesling, bij aankomst net 12 geworden, zij zal in 1848 op de kolonie overlijden;
- Maartje Kiesling, bij aankomst 9 jaar oud;
- Marijtje Kiesling, bij aankomst 8 jaar;
- Jan Kiesling, bij aankomst net 7 geworden;
- Aafje Kiesling, bij aankomst 5 jaar;
- Ariaantje Kiesling, bij aankomst 4 jaar.

Zoveel kinderen kan een man alleen niet verzorgen en daarom wordt een aantal ondergebracht bij de weeskinderen in hetzelfde gesticht. Welke precies valt niet te achterhalen want dat wordt niet in de stamboeken aangetekend, maar in ieder geval de oudsten gaan op de zalen wonen. Dat is allemaal okay, dat is geen probleem. Wél een probleem is dat Jan Kiesling bij zijn aankomst is ingeschreven als rooms-katholiek en hij na een paar jaar iedereen van de sokken blaast met de melding dat hij wil overgaan tot het hervormde geloof!!

Het godsdienststrijdfeuilleton, aflevering 2: Getrouw aan de belofte jegens zijne onvergetelijke moeder
Na het uiten van die wens krijgt Jan Kiesling eerst te maken met dominee Van Rinteln, die eventjes in dit stukje genoemd wordt en die zeer prominent in beeld is bij de orgel-kwestie. Die is er best wel happig op, maar Kornelis van Rinteln overlijdt op 10 oktober 1844. Wat we al een beetje zagen aankomen gezien de vermelding van zijn zwakke gezondheid in 1840 in dit stukje.

Jan Kiesling komt dan terecht bij dominee Jansen. Dat is zo'n naam die ik NIET ga checken op www.alledrenten.nl, want dan ben ik over een week nog bezig. We zullen het dus moeten doen met summiere informatie, maar we mogen er gerust van uitgaan dat ook hij behept is met bekeringsdrift. Want dat zijn ze allemaal.

Ter illustratie daarvan pak ik even dominee Campagne van de Ommerschans er bij, die het presteert  om het overgrote merendeel van 'het gewoon jaarlijksch verslag der staat van godsdienst en zedelijkheid in de kolonie Ommerschans' over 1842, te besteden aan door hem bewerkstelligde bekeringen. Na korte opmerkingen over het bezoek aan en het enthousiasme voor de openbare godsdienst oefeningen, de opbrengst van collectes en de belangstelling voor de catechisatie, meldt hij dat van de 47 mensen die dit jaar tot lidmaat werden aangenomen, er drie voorheen als katholiek te boek stonden. En daarna behandelt hij die drie cases uitgebreid en triomfantelijk.

Allereerst Marinus Bernardus van Dinter. Zoon van een protestantse moeder en een katholieke vader. Marinus had 'aan zijne moeder op haar sterfbed beloofd, wanneer, na haren dood, zijn vader niet voor hem zorgde, maar aan zijn lot overliet, gereformeerd te zullen worden'. Na de dood van zijn moeder wist hij niet waar zijn vader uithing en 'nam hij onverwijld den toevlugt, door nood gedwongen, tot de kolonie'.

Dat was zijn eerste opname, april 1840, Marinus is dan zestien jaar oud. Na twee maanden wordt hij overgeplaatst naar Veenhuizen en in juli 1841 wordt hij ontslagen. Maar in augustus is hij er weer. Inmiddels flink gegroeid. Was hij bij zijn eerste opname 1,46 meter, nu staat hij voor 1.55 meter in het stamboek. Dit keer blijft hij op de Ommerschans en - 'getrouw aan de eenmaal afgelegde belofte jegens zijne onvergetelijke moeder' - vraagt hij deel te mogen nemen aan de hervormde cathechisatie. Hij volgt die trouw, leert twee jaar lang buitengewoon vlijtig en 'verheugde zich over het geluk hem ten deel gevallen'.

Die verheugdheid schijnt dan vooral te betreffen 'de voortreffelijke woorden uit de tien geboden: "Gij zult u voor die niet buigen, noch hen dienen".' Met degenen voor wie je niet moet buigen en die niet gediend moeten worden, zal de dominee dan de roomsen bedoelen. Die natuurlijk actief proberen de overstap tegen te gaan, want er is sprake van 'de pogingen, om toch niet van geloof te veranderen, door den kapellaan alhier aangewend'.

Maar Marinus Bernardus staat pal, of in de woorden van dominee Campagne 'blijft volstandig', blij als hij is 'eindelijk ontslagen te zijn van dat bijgeloof' en hij doet belijdenis en wordt aangenomen als lidmaat.

Daarna mag hij van de predikant worden overgeplaatst naar Veenhuizen, vanwaar hij enkele jaren later vertrekt om in dienst te gaan bij de marine.

Bij de tweede case zijn de godsdienstige gezindheden van de ouders van de bekeerling precies andersom.

Het godsdienststrijdfeuilleton, aflevering 3: Gij hebt veel te slecht geleefd
De vader van Albert Joseph Kraandijk was protestant en zijn moeder katholiek. Naar ik begrijp was die vader al overleden toen Albert in Amsterdam werd geboren en daarop werd hij rooms gedoopt, ontving hij roomse godsdienstlessen en werd hij lid van de roomse kerk. 'Later tot onderscheid van jaren gekomen,' aldus dominee Campagne, vernam hij 'van zijns vader bloedverwanten, dat, voor het voltrekken des huwelijks, door zijne ouders bepaald was, de kinderen uit dit huwelijk voortgesprooten, zouden worden opgevoed in de christelijke hervormde leer'.

Maar als gezegd, dat is de lezing van dominee Campagne en het past wel erg in zijn straatje, dus hoe volledig waarheidsgetrouw het is weet ik niet.

Op de Ommerschans gekomen - vanuit Dedemsvaart dus waarschijnlijk een vrijwillige opname - besluit de ongeveer vijftig jaar oude Albert om alsnog 'aan de overeenkomst tusschen zijne ouders gesloten, gevolg te geven'. Na de nodige catechisatie om hem bij te spijkeren, wipt hij over vlak voor hij op 1 april 1842 ontslagen wordt.

De derde case van dominee Campagne is geen nakomeling uit een gemengd huwelijk. Johanna Makkee is een 'dochter van Roomsch Catholijke ouders, gedoopt, opgevoed in en lidmaat der Roomsch Cath. Kerk'. Oorspronkelijk afkomstig uit Utrecht, is ze halverwege de twintig als ze in Arnhem in het ziekenhuis belandt. Ze 'beschouwde zich, door eigen schuld hare ziekte op den hals gehaald hebbende, als een groote zondaresse'. Vermoedelijk heeft ze dus een geslachtsziekte. Ze laat de pastoor komen. Maar als die over 'hare levenswijze' gehoord heeft, wordt hij 'gramstoorig en vertrok, zonder haar eenigen troost toetedienen, met de woorden: gij hebt veel te slecht geleefd, ik kan u niet helpen, en liet haar alzoo aan haar treurig lot over'.

Johanna begint stevig te bidden en praat 'in dat klaaghuis met haar lotgenooten, welke haar raadden om tot een protestantsche predikant den toevlugt te nemen'. Volgens het relaas van dominee Campagne is de plaatselijke predikant snel ter plekke, waarna hij Johanna met troostende woorden 'verkwikte en opbeurde'. Zodat Johanna meteen na aankomst op de Ommerschans op Campagne toerent om aan de cathechisatie deel te nemen.

'Zij is reeds met een dankbaar hart, geheel hersteld, na een alhier gehouden voorbeeldig gedrag, met een volledige kerkelijke attestatie vertrokken en dient thans in de gewoone maatschappij bij christelijk hervormde burgerlieden en hare levenswijze sedert eenige maanden, volgens ingekomen berigten, laat niets te wenschen overig.'

En dat is dan nog maar een verkorte versie van het jaarverslag van dominee Campagne, die tenslotte nog kan melden dat er geen verliezen zijn geleden: 'Wat de overgangen aangaat van protestantsche leden dezer gemeente tot de Roomsch kath. heeft deze gemeente zich dienaangaande niets te betreuren.' Je zou dus kunnen zeggen dat het seizoen in een 3-0 overwinning is geëindigd.

Kortom, er wordt door de protestanten hard aan getrokken. Als gezegd weet ik van dominee Jansen in Veenhuizen niet veel, maar de genoemde Jan Kiesling zal ongetwijfeld juichend binnengehaald zijn, terwijl de pastoor en de kapellaan staan te tandenknarsen.