Experimenteren (2)

Kolonioloog'Kolonioloog' Wil Schackmann deelt verhalen, anekdotes en wetenswaardigheden met u 
over de Koloniën van Weldadigheid. Aanleiding is het project 'Post van Weldadigheid', een 
crowdsourcingproject waarbij de brieven van de Maatschappij van Weldadigheid 
doorzoekbaar worden gemaakt. 

Meedoen? Kijk op de website VeleHanden.

 

Eigenlijk is die hele Maatschappij van Weldadigheid met zijn koloniën één groot experiment. Maar daarbinnen vindt ook nog eens het ene na het andere experiment plaats. Met dien verstande dat het woord experiment volgens mij van later is, want ik kom het in de stukken nooit tegen. Daar gaat het altijd over ‘eene proeve’.

In maart 1846 (batch 456) tref ik ze weer uiterst experimenteerlustig aan. Niets is te dol.

Om te beginnen is er een proefneming met tabaksteelt. Directeur Van Konijnenburg heeft van de permanente commissie ‘5 soorten zaad van Virginische tabak ontvangen’, om daarmee proeven te doen in de vrije koloniën. Daar zitten nogal wat opstartkosten aan, ‘aangezien de tabaksbouw aan de kolonien geheel vreemd is’, en daarom vraagt de directeur eerst toestemming voor de uitgaven.

Hij baseert zich bij zijn plannen op de ‘Statistiek van Gelderland’, want daar schijnen ze te weten hoe het moet met tabak. In april moet het zaad worden gezaaid in nog te maken of aan te schaffen ‘broeibakken’, met daarin ‘geolied papier’. Daarna wil Van Konijnenburg beginnen met tienduizend planten, tweeduizend van elke soort. Daarvan de helft op guano (heb je dat weer) en de andere helft zou op duivenmest moeten, maar hij zou echt niet weten hoe hij daar in Drenthe aan moet komen en dat zal dus vervangen moeten worden door schapenmest, die dan vanuit Doldersum vervoerd zal worden naar de de plek in de vrije kolonien waar het experiment plaats zal hebben.

Waar dat is weet hij nog niet, hij begrijpt dat de plek een beetje beschut moet zijn en verder zag hij het graag ‘in de nabijheid van een kolonist, die met de tabaksteelt min of meer bekend is’. Zo’n kolonist lijkt mij heel lastig te vinden. Maar vooralsnog vraagt de directeur eerst toestemming voor de aanschaf van broeibakken en guano. Ik heb niet de moeite genomen om te kijken hoe de permanente commissie hier op reageert, want we weten 170 jaar later dat Drentse tabak het in economische zin niet gemaakt heeft.

Tezelfdertijd doet Van Konijnenburg ‘vele proeven’ met de ‘melk weger’ op de Ommerschans. De bewoners van de grote hoeves rond de schans moeten elk jaar een bepaalde hoeveelheid melk inleveren en de directeur verdenkt ze ervan de melk met water aan te lengen. Ik snap er niet veel van, dus ik doe maar even letterlijk dat de uitkomsten van de proeven zijn ‘dat de melk, pas gemolken, van 12-14 graden en koud geworden en goed geroerd zijnde, van 15-17 graden houdt; zoo dat er in de qualiteit maar 2 en tusschen versch & koud 3 graden verschil is en de gemiddelde zwaarte van koude zuivere melk 16 graden is, waarom die van 12 met 1/4 water en van 8 met de helft water aangelengd kan worden beschouwd, daar schoon water het nulpunt aanwijst’. Als iemand het begrijpt, dan hoor ik het graag.

Hoe dan ook heeft het volgens hem gewerkt: ‘Het wegen van de melk is dadelijk van het gewenschte effect bij de hoevenaars geweest.’ Een volgende keer wil hij een stapje verder gaan en een ‘room-weger’ aanschaffen om ‘het afnemen van room aan de melk’ tegen te gaan.

En dan wordt er deze maand geëxperimenteerd met het waarschijnlijk bekendste experiment: aardappelbrood. Zoals wellicht bekend eet men in de koloniën brood dat wordt gebakken van een mengsel van rogge en aardappel. Aardappelbrood is een uitvinding van Johannes van den Bosch en het is goedkoper dan gewoon roggebrood omdat op rogge een ‘gemaalsbelasting’ rust (die je in de begrotingen als ‘accijns op de rogge’ tegenkomt). Maar nu lijkt het nog goedkoper te kunnen!

Jan van Konijnenburg stuurt de permanente commissie ‘een stuk brood ter beschouwing en proeving, gebakken van paardeboonen en rogge’. Het is gebakken in de bakkerij van het tweede gesticht te Veenhuizen en daar noemt men het ‘boonen brood’. Volgens de directeur is het ‘een vaster brood, van goede smaak’ en zou het bakken van dit brood voor alleen al de kolonie Veenhuizen een besparing van tachtig gulden per week opleveren.

Ook dit heb ik verder niet nagezocht, want in de latere geschiedenis van de koloniën heb ik nooit meer van bonenbrood gehoord, dus dit experiment zal dezelfde weg gegaan zijn als de tabaksteelt. Maar het houdt ze wel van de straat.