De strijd om de bakkerij op de Ommerschans, deel 1

KolonioloogKolonioloog' Wil Schackmann deelt verhalen, anekdotes en wetenswaardigheden met u 
over de Koloniën van Weldadigheid. Aanleiding is het project 'Post van Weldadigheid', een 
crowdsourcingproject waarbij de brieven van de Maatschappij van Weldadigheid 
doorzoekbaar worden gemaakt. 

Meedoen? Kijk op de website VeleHanden.

 

Ook een manier om te proberen aan een baan te komen: je vader eruit wippen. Maar laat ik bij het begin beginnen. Johannes Hermanus de Bruijn is 42 jaar en heeft in het verleden gewerkt als broodbakker als hij in maart 1824 vanuit Middelburg wordt geplaatst in de vrije kolonie Wilhelminaoord. Echtgenote is Clasina Landsdouw, het stel heeft vijf kinderen. Adriana Johanna is de oudste, zij is geboren in 1809. Dan volgen een dochter en een zoon en dan speciale aandacht voor zoon Martinus Johannes, bij aankomst op de kolonie nog geen vijf jaar oud, hij zal later in het verhaal een belangrijke rol gaan spelen. En tenslotte is er nog een dochtertje dat bij aankomst drie jaar oud is.

De oudste dochter Adriana Johanna krijgt in de loop van 1827 verkering met Arie Groen. Hij is een zoon van de Vlaardingse koloniste Cornelia Cordia weduwe van Cors Groen. Die laatste, dus Arie's vader, is ooit in 1814 als zeeman uitgevaren en als zovele zeelui nooit weerom gekomen. Arie is een paar jaar terug, in 1825, op 20-jarige leeftijd van de kolonie ontslagen. Bij die gelegenheid schrijft de directie over hem: 'Deeze jongeling is gezond, sterk en zeer goed bekwaam om door eigen handen arbeid zich een bestaan te verschaffen.'

Maar hij blijft wel in de buurt, blijkbaar bezoekt hij regelmatig zijn moeder in Wilhelminaoord. Want een half jaar na zijn ontslag probeert een andere kolonieweduwe, Grietje Klaas Jongens weduwe Muis, de kolonie te ontvluchten. De reden is dat zij 'eene te gemeenzame verkering had gehouden met Arie Groen, waarvan wellicht het gevolg kon zijn, dat zij zwanger was'. Ze verklaart dat zij, om aan straf te ontkomen, zich op de avond van 21 februari 1826 'met hare kinderen had begeven naar Steenwijk en den volgenden dag naar Zwartsluis, ten einde met eenen veerman over te varen; doch ongelukkiglijk in laatstgemelde plaats door de policie gevat en vervolgens naar de kolonie getransporteerd was geworden'.

Omdat Arie niet meer tot de kolonie behoort, kan hij hier niet voor gestraft worden. De weduwe Muis wel, ze wordt met haar kinderen verbannen naar de strafkolonie op de Ommerschans. Daar baart zij acht maanden later een zoon en die laat ze dopen 'Arie'.

Vervolgens is daar een paar jaar later dan Adriana Johanna de Bruijn en haar trouwplannen met Arie Groen. 'Haar vader had reeds eene keet met eenig land voor haar gekocht, dat zij zouden betrekken, zoodra zij haar ontslag van de kolonie zoude bekomen hebben.' Maar als op 5 januari 1828 de moeder van Adriana Johanna aan de Maatschappij het ontslag voor haar dochter aanvraagt, krijgt ze dat niet. Want men vertrouwt het niet. Men kent de pappenheimers.

Inderdaad geeft Adriana Johanna een maandje later toe dat ze zwanger is. Arie Groen vervult inmiddels zijn militaire dienstplicht en is dus nog steeds ongrijpbaar voor de koloniale tuchtrechtspraak. Adriana Johanna wordt wel gestraft, ze wordt verbannen naar de strafkolonie op de Ommerschans. Daar baart zij vijf maanden later een zoon en die laat ze dopen 'Arie'.

Maar ze zit niet moedertjelief alleen op de Ommerschans. Want al heel kort na haar verbanning trekt het hele gezin De Bruijn ernaartoe. Vader Johannes Hermanus heeft in juni 1828 de functie van 'bakkersbaas' voor de schans geaccepteerd. Vanaf dan bakt hij elke dag (aardappel)brood voor de hele populatie en dat is niet niks: per 1 juli 1828 bijvoorbeeld zo'n 900 bedelaars, 100 strafkolonisten, 100 bewoners van de grote hoeven op het land rond de schans en zo'n 100 leden van ambtenarengezinnen. Dat zijn heel wat broden! Volgens mij doet hij het goed, want terwijl er vanuit Veenhuizen af en toe klachten komen over niet helemaal gaargebakken brood, heb ik die geluiden vanuit de Ommerschans nooit gehoord.

Dochter Adriana Johanna mag na een jaartje van de schans af en dan is Arie Groen blijkbaar klaar met zijn militaire dienst, want ze trouwen in 1829, zie ook de genealogische kaart van Arie Groen op bonmama. Ze blijven daar in de buurt wonen en krijgen onder andere zoons die ze naar hun respectieve vaders noemen.

Maar we verlaten Adriana Johanna en keren terug naar het broodbakken. Het verhaal gaat verder in het najaar van 1846. Vader Johannes Hermanus de Bruijn is inmiddels 64 jaar en het gaat allemaal niet zo vlot meer. Directeur Jan van Konijnenburg noemt het op 25 september 1846 'ontwijfelbaar, dat de oude man niet meer in staat is, om het opzigt der broodbakkerij te houden'. Volgens hem is Johannes Hermanus 'sterk aamborstig' zodat hij '’s winters vooral, maanden achtereen het huis niet kan verlaten'. Het broodbakken voor de Ommerschans gebeurt dan 'meerendeels, zoo niet eeniglijk, door zijnen zoon Martinus Johannes oud 27 jaren'.

Die zoon verlangt nu 'ook in naam baas te mogen worden'. Martinus Johannes wil aan zijn eigen toekomst bouwen, hij wil trouwen en de bakkerij overnemen. Volgens Van Konijnenburg zou dat best kunnen, hij meldt dat Martinus Johannes 'zijne zaak best verstaat en uitmuntend waarneemt'.

Maar wat moeten vader, zijn echtgenote en twee nog thuis wonende dochters dan? Vader Johannes Hermanus pakt de pen om te protesteren dat hij 'daar door buijten bestaan zou komen het welk mijn Groote Zielsmart zou veroorzaken Ja zelf mijne gezondheijd zou ondermeijnnen en mijne levensdagen zou verkorten'.

Pikant! Gevoelig. Dit wordt absoluut familie-hommeles.