Ja dag!

KolonioloogKolonioloog' Wil Schackmann deelt verhalen, anekdotes en wetenswaardigheden met u 
over de Koloniën van Weldadigheid. Aanleiding is het project 'Post van Weldadigheid', een 
crowdsourcingproject waarbij de brieven van de Maatschappij van Weldadigheid 
doorzoekbaar worden gemaakt. 

Meedoen? Kijk op de website VeleHanden.

 

Tussen die bedelaars zitten toch bijzondere types. Vaak ook helemaal niet van talent gespeend. Een tijdje geleden kwamen we er in dit verhaal eentje tegen die orgels zou kunnen bouwen en de bestaande afbeeldingen van Veenhuizen hebben we te danken aan een bedelaarskolonist met tekentalent, al ben ik er nog niet achter wie precies dat geweest is.

Dan Friedrich Adolph Hagemeijer. Hij is muziekmeester. Geboren in Brackwede (toen een dorp, nu een stadsdeel van Bielefeld) in 1799, het laatst woonachtig in Deventer. Getrouwd met de even oude geboren Deventerse Harmanna Linet of Lenet. Ze hebben zeven kinderen. En ze hebben het arm, erg arm. Zomer 1842 is de nood zo hoog geklommen dat Friedrich Adolf en zijn gezin zich vrijwillig melden bij de Maatschappij van Weldadigheid, naar hij schrijft om 'het verachtelijke beedelen voor te buigen' (dat is een germanisme, het Duitse vorbeugen betekent voorkomen).

Na vier dagen op de Ommerschans krijgt het gezin een bedelaarswoninkje aan de buitenkant van het derde gesticht. Dan wordt hij benaderd door de schoolmeester van het eerste gesticht, 'van den muziekmeester en zijne zes muzicale kinderen gehoort hebbende', die wel wat hulp kan gebruiken voor zijn zangkoor. Hij stelt voor dat Hagemeijer formeel op kantoor komt werken, 'egter uw met de muziek bezig houdende', waarvoor hij drie gulden per week zou krijgen.

Hagemeijer vertelt dat ook de adjunctdirecteur van het eerste gesticht 'Poeleman' (hij bedoelt Poelman) en directeur 'Coneijneberg' (hij bedoelt Van Konijnenburg) accoord gaan en het gezin verhuist naar het eerste gesticht. Maar daar valt het bitter tegen. 'Daar gekomen zijnde zet men Hem, in plaats van fl. 3 op het Cantoor te verdienen – agter de schrobbelbank: ja dag!'

Hij zoekt een oplossing: 'daarom ging hij met den schoolmeester te rade of het niet zoude kunnen geschieden, dat de leeden van het gezang koor, ieder eenen cent voor hune Theoretisch en Practische gezanglessen, tot des suppliants broodversterking betaalden'. Maar vervolgens weigert 'Poeleman' dat geld af te dragen. Daarop krijgen de twee ruzie en heeft 'Poeleman' hem 'op alderhande aard en wijze, onregtvaardig getreiterd, gevit, of gecongneerd'.

Zodanig dat hem de lust om in de kolonie te blijven vergaan is. Hij schrijft een rekwest aan het lid van de permanente commissie Faber van Riemsdijk om ontslag. Hij laat het verzoekschrift door ene mejuffrouw Pendler bezorgen, maar omdat hij niet zeker weet of het aankomt, doet hij er meteen een volgend rekwest achteraan, waarin hij uitlegt dat hij weg wil 'omdat hier de feine schelmerij en wilkeurige vitterij al te groot is'. Hij geeft een voorbeeld daarvan, maar eigenlijk vindt hij het 'veel te verveelend, om alle zulke verachtekijke handelwijze te ontzijveren'. Zijn geklaag heeft succes, hij wordt een paar maanden later ontslagen en het koor van het eerste gesticht moet het verder zonder muziekmeester doen.

De laatste voor vandaag is Simon de Leeuw Emanuel van Dort. Hij komt 7 augustus 1838 het bedelaarsgesticht op de Ommerschans binnen, aangevoerd vanuit Utrecht en hij krijgt in 'het boek gemerkt H' bedelaarsnummer 1586. Volgens zijn inschrijving is hij geboren in Amsterdam op 10 mei 1782 (dus 56 jaar oud als hij in het bedelaarsgesticht komt), met als godsdienstige

gezindheid 'Israeliet'. Signalement: 'Aangezigt: Ovaal. Haar: grijsachtig. Oogen: blaauw. Neus: Gewoon. Mond: id. Kin: Rond. Merkbare teekenen: regterzijde gebroken, vier vingers linkerhand stijf.'

Hij wordt 15 september 1838 overgebracht naar Veenhuizen en vandaaruit komt hij 21 december 1840 met een plan voor de droogmaking van de Haarlemmermeer. Hij heeft een machine uitgevonden waardoor het mogelijk zou zijn dat in Nederland al veelbesproken meer voor 'maar 1/2 miljoen gulden binnen 24 maanden te zullen zijn uitgemalen'. Hij voegt een tekening bij, waarin de rondjes in vierkantjes 'kamer balk pompen' zijn.

Stukje 38 - Illustratie

Nader inlichtingen, aldus Van Dort, kunnen desgewenst de 'Inginjeuren van de Waterstaat van mij meedegedeeld bekoomen, alhier bij mij ter 2de gesticht'. Hij specificert dat nog met 'zaal 15, letter B'.

Of er ooit inginjeuren van waterstaat bij hem in Veenhuizen-2 langsgekomen zijn, durf ik te betwijfelen. De permanente commissie neemt niet de moeite de brief door te sturen, haar agenda vermeldt 'ter notificatie'.

Van wikipedia begrijp ik dat het droogmalen van de Haarlemmermeer vier jaar heeft geduurd en 14,5 miljoen heeft gekost. Getallen waar Simon de Leeuw Emanuel van Dort ver onder zat...

Met dank aan Abdulwadud Louws, Theo Zelders en Jan Ebels voor transcripties.