De vondelinge Jacoba Cornelisse

Het allereerste stukje dat ik op deze plek schreef - zie hier - bevatte de constatering dat notabelen graag een overdosis komma's in hun 'missives' opnemen terwijl de lagere standen over het algemeen geen enkel leesteken gebruiken. Hier komt een epistel van de laatste soort.

De brief komt uit Amsterdam, de schrijvers melden dat zij woonachtig zijn 'in de 2 Laueriedwarsstraat 't huys van de Rozenstraat No 15', hij is gedateerd 20 juli 1835 en hij is gericht aan Sikke Berends Drijber, adjunctdirecteur van het derde gesticht te Veenhuizen waar weeskinderen verblijven. Ik ga niet helpen door het wat te ordenen, de lezer zal zelf moeten uitzoeken waar de ene zin ophoudt en de andere begint:

'Men Heer wij nemen de vrij UEDle deze te zende hope dat gij deze onze vrijpostigheid zult excuceere wij zijn bij de Heer Scherremagger geweest maar zijn tot u geweeze om verlanging van verlof voor jacoba cornelisse maar zijn EDle heeft ons tot u geweezen daar zij gekomen is de 14 July en haar verlof uyt is de 27 dito om dit te verlengen om reden dat wij jacoba tot ons wilde nemen want dat wij haar ouders zijn maar dat kind voor ons huwelijk gehad hebben en haar toen als vondeling gegeven hebben en door omstandigheid en niet eerder om hebben kunne verzoeken nu was ons vriendelijk verzoek of u EDle het ons zou bliefte te vergunne in afwagting van UEDles gunstig antwoord Zo noeme wij met Hoogachtting UEDle dienstwillige Dienaar en Dienaressen

L. Hartkamp

A. Hartkamp geb. Cornelissen'

Degeen die zij noemen 'Scherremagger' heet in werkelijkheid Schermacher. Hij is de boekhouder van de Amsterdamse Inrichting voor Stadsbestedelingen en verantwoordelijk voor alle Amsterdamse weeskinderen. Hij heeft met een krachtige poot onderaan de brief een notitie bijgeschreven: 'Tot het erlangen van het ontslag van het voormelde meisje stamnummer 1488 zijn door de regering dezer stad de nodige demarches gedaan, Schermacher'.

Als stamnummer 1488 staat in het wezenregister ingeschreven Jacobus Cornelissen (Drents Archief, toegang 0186, invnr 1410):

Maar we mogen aannemen dat de visie van de ouders op het geslacht van het kind correcter is en op de overzichten die ik tegenkwam woont ze ook op meisjeszalen, dus dat zal toch Jacoba moeten zijn.  Zij verblijft sinds juli 1825 in het wezengesticht te Veenhuizen. Bij haar aankomst was ze zes en een half jaar oud. Als geboortedatum was steeds genoteerd 'december 1818', maar in een later stadium is dat gespecificeerd tot 29 december 1818.

Ze heeft dus tien jaar in Veenhuizen gezeten. De geschiedenis vermeldt niet hoe lang ze al weet dat haar ouders leven en hoe veel contact er is geweest voordat ze bij dat verlof van 14 tot 27 juli 1835 bij die ouders ging logeren.

De geschiedenis vermeldt wél dat het verzoek van de ouders wordt gehonoreerd: op 18 augustus 1835 verlaat de dan zestienjarige Jacoba het kinderetablissement, naar ik aanneem om naar ''t huys van de Rozenstraat No 15' te gaan.