At random en zwerfkind

Oud volgens deszelfs opgave circa acht jaren
Soms zwerft er zomaar een kind door het land. Daar moet iets mee en dan komt er iemand mee in zijn maag te zitten.
Dit is een geval uit juni 1829 en degeen die er mee in zijn maag zit is 'de Officier bij de Regtbank te Deventer'.
Het kind in kwestie heet Wilhelmus Hidser en hij is 'oud volgens deszelfs opgave circa acht jaren'. Bekend is dat hij zich de winter van 1828-1829 'eene geruime tijd te Wijhe heeft opgehouden'. Hij weet zich daar in leven te houden dankzij 'de mededeelzaamheid der landlieden', oftewel de boeren in Wijhe geven hem voedsel en onderdak. Maar rondzwerven zonder middel van bestaan mag niet en hij is, schrijft de officier bij de rechtbank te Deventer 'in de maand Januarij gearresteerd en aan mij opgezonden'.

Als hij ondervraagd wordt vertelt Wilhelmus 'gedeserteerd te zijn uit de kolonie Veenhuizen'.
Aha, denkt de officier bij de rechtbank van Deventer, dan kan die daar naar toe, zodat 'ik hem derwaarts heb doen transporteren'. Maar in Veenhuizen kent men de hele Wilhelmus Hidser niet, hij staat niet in de wezenregisters, hij is er nooit geweest en dus wordt hij teruggezonden naar Deventer.
Nogmaals ondervraagd vertelt Wilhelmus dat hij is geboren 'te Staarburg bij Hamburg, zoon van zekeren kunstenaar Hidser overleden en van zekere Louise rondreizende'.

Aha, denkt de officier bij de rechtbank van Deventer,  een buitenlander! Zodat 'ik hem vervolgens naar Staarburg heb weggezonden'. Maar Wilhelmus komt niet verder dan Bentheim. De autoriteiten daar willen hem niet laten doorreizen en sturen hem terug, 'omdat hij van geen bewijs was voorzien dat hij te Staarburg zoude zijn geboren'.

'Ten laatste,' meldt de officier bij de rechtbank van Deventer, 'heb ik hem naar de kolonie Ommerschans gezonden'. Dat is immers het landelijke afvalputje. Maar helemaal zeker voelt de officier zich niet over die opzending, want hij verontschuldigt zich dat Wilhelmus 'zich daartoe genegen verklaard' en dat hij wordt gedekt door 'artikel 1 van ’s Konings Besluit van den 12 october 1825'.

Maar toch is het niet helemaal in de haak, want het bedelaarsgesticht op de Ommerschans is niet bedoeld voor zulke kleine kinderen zonder begeleidende ouders. Omdat hij geen Nederlander is kan hij ook niet op kosten van het Rijk worden overgebracht naar het kinderetablissement in Veenhuizen. En na een jaar met bedelaarsnummer 621 in de Ommerschans, overlijdt Wilhelmus Hidser daar, naar schatting dan negen jaar oud.

(bron Drents Archief, toegang 0186, invnr 97, brief van 15 juni 1829 en toegang 0137.01, invnr 425, nummer 621)

Binnenkort gaan we in de brieven tegenkomen Johan Bauer, ook Duits, ook rondzwervend, maar daarnaast een fantast die onder andere simuleert stom te zijn doordat hij 'van de tongriem gesneden' is. Ik heb alleen over hem gelezen en de oorspronkelijke brieven nog niet gezien. Mocht iemand hem tegenkomen dan graag een seintje.

Wil Schackmann