Kerktwist deel 1

Zowel Theo (Zelders) als Abdulwadud (Louws) attendeerden mij op stukken over een relletje rond de kerk op de Ommerschans begin 1835. Ik ben daar eens ingedoken en hier volgen mijn bevindingen, maar ik ga het eens lekker uitgebreid doen en ik denk niet dat ik het vandaag helemaal klaar krijg, dus er komt later nog een vervolgje.

Het begint met een brief van de adjunctdirecteur van de Ommerschans, Adrianus de Geus. De adjunctdirecteur is de hoogste gezagdrager ter plekke, maar ook hij mag niet rechtstreeks met de permanente commissie (= de landelijke leiding) corresponderen. Dat mag alleen via de directeur der koloniën, de bij de meeste van jullie ondertussen waarschijnlijk wel bekende Jan van Konijnenburg.

Adrianus heeft daar het volgende op gevonden: hij schrijft niet als adjunct, maar namens 'de Kerkenraad der Protestantsche Gemeente te Ommerschans', want daar zit hij ook in en dan mag het wel rechtstreeks. Het is zondag 1 februari 1835 en hij meldt dat de protestantse gemeente zich die ochtend 'te 10 1/2 uur, na dat vooraf de bel geluid heeft, naar de kerk heeft begeven'. Maar daar is de katholieke mis nog bezig en nadat de gemeente 'ruim 1/4 uur in koude en guur weder buiten de kerk had gestaan', keert ze onverrichterzake maar weer terug naar het gesticht.

Volgens De Geus zijn de katholieken tot tien minuten voor elf doorgegaan. 's Middags vindt er iets soortgelijks plaats als de protestanten zich om half drie voor de kerk hebben verzameld, met dat verschil dat de katholieke mis om kwart voor drie is beëindigd en de protestanten dan alsnog hun kerkdienst kunnen houden.

Bij die tijdstippen van half elf en half drie verwijst De Geus naar een besluit van de permanente commissie van 13 augustus 1834, waarbij die tijden zijn vastgesteld als moment dat katholieken de kerk moeten verlaten en protestanten erin mogen. Dat besluit zal er niet zomaar gekomen zijn. Daar moet een aanleiding voor zijn geweest, dus er was vast en zeker al eerder gedonder rond de kerk.

Het gebouw waar het om gaat zouden we tegenwoordig waarschijnlijk een 'multi-functioneel centrum' noemen. Doordeweeks dient het als school en op zondag is het 'ten gebruike der gereformeerde en roomsch Katholieke gemeente'. Om al die functies achter elkaar uit te oefenen en dus van school in protestantse kerk in katholieke kerk in school veranderd te worden, moet er de hele tijd druk met attributen heen en weer gesleept worden. Volgens een latere pastoor die de geschiedenis van de parochie beschrijft (Historisch Centrum Overijssel, toegang 337, invnr 22) leidt dat tot hilarische sleeppartijen.

Het gebouw staat op een wal van de Ommerschans en het is bij de brandwaarborgverzekering (Drents Archief, toegang 0186, invnrs 1295-1296) drieduizend gulden waard, inclusief de 'daarin staande banken, tafels, predikstoel en altaar'. En volgens mij is het dit gebouw op het plaatje (met links een stukje van het gesticht):

 


 

De antagonist van De Geus is kapellaan Antonius Tempelman en die heeft ook een trucje bedacht om zich rechtstreeks tot de permanente commissie te kunnen wenden: hij moet zijn jaarverslag over 1834 nog inleveren. Zowel de protestantse als de katholieke voorgangers op de kolonie worden bekostigd uit de staatskas en dat gaat via koninklijke besluiten van koning Willem I en in die besluiten heeft zijne majesteit de verplichting opgenomen elk jaar een verslag bij de Maatschappij in te leveren.

In zijn op maandag 2 februari geschreven 'verslag aan de HoogEdeleGestrenge Heeren leden van de Permanente Commissie der Maatschappij van Weldadigheid omtrent den godsdienstigen en zedelijken toestand der R.K. Gemeente in de kolonie Ommerschans over het jaar 1834' raffelt Tempelman eerst snel de gebruikelijke zaken af. De R.K. gemeente bestaat uit zo'n 300 a 350 zielen, het vorige jaar hebben 23 hun eerste communie gedaan, de openbare godsdienstoefeningen worden goed bijgewoond.

Om dan het vuur te openen op de directie. Die toont zich regelmatig 'hatelijk of onverdraagzaam omtrent de R.K. Godsdienst'. Neem nu het 'ergerlijk toneel' van 'gisteren, zondag den 1 februarij'. Toen liet de directie de klok luiden 'meer dan twintig minuten vroeger dan half elf uur'.

Het overvalt Tempelman. 'Ik was juist bezig de communie toe te dienen, toen de protestantsche bevolking aanrukte'. Niet alleen 'moeste ik de preek overslaan', maar de 'dienst der misse was nog in geenen deelen ten einde'. Hij beschouwt het als zijn plicht om, dan maar zonder preek, de dienst af te maken en toen dat gebeurd was, 'was het nog tien minuten voor half elf uur'.

Als hij merkt dat de protestanten dan al weer weggegaan zijn, is hij eerst verbaasd en dan verontrust. Hij maakt zich zorgen hoe door zo'n gebeurtenis 'de gemoederen der Protestanten en Roomsch Katholijken tegen elkanderen verbitterd moeten worden.' Hij vreest 'onderlinge verwijdering' en een einde aan de 'verdraagzamheid, welke alhier onder de bevolking als onder de ambtenaren geheerscht heeft' en hij vraagt de leiding te zorgen dat zo'n 'ergerlijk, hatelijk en schandalig voorval' niet meer plaats vindt.

 

Goed. Beide stukken komen dus bij de permanente commissie terecht en die had allicht iets kunnen verzinnen waardoor het allemaal nog met een sisser af had kunnen lopen, ware het niet dat De Geus het nodig vindt om een paar dagen later een briefje aan de kapellaan te schrijven waarin hij zijn kijk op de kwestie uiteenzet. Dat leidt bij Tempelman tot een driftcollaps.

De beschuldiging 'dat ik vorigen zondag de godsdienstoefening te laat heb laten uitgaan', noemt hij een aantijging 'welke niet gering mag beschouwd worden' en waarover hij 'zeer beleedigd' is en die hij verlangt 'bewezen te hebben' en zolang die bewijzen er niet zijn beschouwt hij de adjunctdirecteur als 'eene laaghartige ziel en lasteraar'. Om tot slot te dreigen met gerechtelijke stappen.

In onze 21-eeuwse oren klinkt dat allemaal niet zo heel ernstig, maar in de superbeleefde negentiende eeuw kun je iemand niet zomaar een laaghartige ziel en lasteraar noemen.

Nu hebben de heren de hakken in het zand gezet. Adrianus de Geus roept de directeur der koloniën erbij en Antonius Tempelman richt zich tot de landelijke 'Directeur Generaal voor de zaken van de Roomsch Katholijke Eeredienst' en ik ga uitzoeken hoe dit verder gaat.

Wordt dus vervolgd, al weet ik nog niet wanneer. Mocht iemand toevallig nog iets hierover tegenkomen, geef dan hieronder svp het scannummer op, de laatste vier cijfers, en het batch-nummer, de vier cijfers ervoor. Dus als er linksboven staat MMDA02_PM_DRE001000170_0433, dan is dat scan 0433 van batch 0170. Dan kan ik het opvragen bij de mensen van het Drents Archief. Samen krijgen we die godsdienstoorlog wel in kaart.

Al zullen we de vraag of de protestanten te vroeg kwamen of de katholieken te laat ophielden, waarschijnlijk nooit kunnen oplossen...