Verkeer en vervoer

Tot in de 19de eeuw reisde men veelal te voet, per diligence, trekschuit of paardentram. De verharding van de wegen maakte de weg vrij voor nieuwe middelen van vervoer. Aan het eind van de 19de eeuw deed de fiets zijn intrede, evenals de auto, aanvankelijk alleen nog voor de elite. Dat gold ook voor de trein die vanaf 1870 op het traject tussen Meppel en Groningen reed. In het eerste kwart van de 20ste eeuw was Drenthe overdekt door een net van spoor- en tramwegen. Veel inwoners van de Drentse dorpen maakten van de populaire stoomtram gebruik. In de jaren '30 namen reizigers steeds vaker de autobus, die goedkoper en sneller was dan de tram.
In de tweede helft van de 20ste eeuw nam het verkeer en vervoer in Drenthe explosief toe. Toen in de jaren ’60 de meeste mensen zich een personenauto konden veroorloven groeide het aantal wegen en werden bestaande zandwegen verhard.