Inleiding

Stamboomonderzoek of genealogie is tegenwoordig voor velen een fascinerende bezigheid. Voor de een is het een vorm van vrijetijdsbesteding, voor de ander de bevrediging van historische belangstelling. De speurtocht naar de oorsprong van de eigen familie is dan een voor de hand liggende kennismaking met het verleden.

Wat de drijfveer voor het genealogisch onderzoek ook moge zijn, enige kennis en ervaring om de voorouders uit de enorme hoeveelheid archiefbronnen tevoorschijn te toveren is wel gewenst.

Deze gids is geschreven zowel voor de beginnend genealoog als voor de enigszins gevorderde, die het raamwerk van zijn familie al heeft staan. In aanvang is genealogisch onderzoek te vergelijken met het invullen van een kruiswoordraadsel. Het bestaat uit het verzamelen van namen, plaatsen en jaartallen en het verwerken hiervan in een schema. De ervaring leert dat de genealoog al spoedig beseft dat zijn voorouders deel uitmaakten van een samenleving. Hij zal willen weten hoe die samenleving eruit zag en hoe zijn voorouders daarin pasten. Wat was hun beroep, waren zij welgesteld, hadden ze bezittingen en zo ja, waar lagen die dan? Zo schrijft men allengs zijn eigen familiegeschiedenis.

De opzet van deze gids wijkt enigszins af van veel andere genealogische handlei­dingen. Uitgangspunt van dit boek is niet zozeer de bron, waarin men gegevens kan vinden, maar de vraag die tot die bron leidt. Het is dus een gids in de letterlijke betekenis.

Na een inleiding over de voorbereiding van het onderzoek wordt u in hoofdstuk 2 als het ware door een gids aan de hand meegenomen door een voorbeeld-onderzoek. U kruipt in de huid van Paul Engelsman en zoekt (en vindt!) diens Drentse voorouders. In hoofdstuk 3 leert u de moeilijkere bronnen kennen. Na lezing en toepassing van deze hoofdstukken bent u in staat om het raamwerk van uw familieonderzoek zelfstandig op te zetten en in te vullen.

De hoofdstukken 4-11 geven informatie, aanwijzingen, tips en instructie wanneer u dieper wilt graven in het leven van uw voorouders en het raamwerk wilt `aankleden'. Hoofdstuk 4 laat zien hoe u het huis van uw voorvader kunt vinden. Hoofdstuk 5 vertelt u hoe te zoeken naar de `arme takken'. Speciale aandacht is hier voor de koloniën van de Maatschappij van Weldadigheid. In de hoofdstukken 6 en 7 kunt u lezen hoe en waar u uw familie in rechterlijke archieven kunt vinden. Ook `Veenhuizen' komt daarbij aan de orde. Waar uw voorouders naar school gingen, wat zij voor de kost deden, of zij militair waren en hoe hun dagelijks leven eruit zag, zijn de onderwerpen van de hoofdstukken 8-11.

Hoofdstuk 12 vertelt u hoe en waar u erachter kunt komen of uw familie een wapen had.

Dit boek kwam tot stand door samenwerking tussen het Rijksarchief Drenthe en het Centraal Bureau voor Genealogie. De redactie heeft dankbaar gebruik gemaakt van teksten en materiaal, verstrekt door drs. W.J. Bartelds, mw. mr. H.G.G. Becker, Th. Boersma (fotograaf Groninger Archieven), F.R.C. Burghardt, J.E. Ennik, Tj. Jongsma, H.M. Luning, mw. drs. H.G. Roelfsema-van der Wissel en mw. J.H. Wolf. Drs. J. Bos, drs. R.J.F. van Drie, mr. O. Schutte en drs. P.W. van Wissing hebben de concept-tekst kritisch gelezen en becommentarieerd.

INLEIDING
Stap voor stap leidt dit boek u naar het antwoord op de vraag wie uw Drentse voorouders waren en hoe zij leefden. Deze populaire vorm van wetenschap, genealogie of voorouderonderzoek genaamd, wordt tegenwoordig druk beoefend. Veel mensen willen weten van wie zij afstammen en hoe hun familie verspreid is. In Nederland zijn er gelukkig voldoende bronnen om daar achter te komen. Meestal kunt u met uw onderzoek naar Nederlandse voorouders binnen korte tijd enkele eeuwen terug komen.

De opzet van dit boek is gebaseerd op de meest toegepaste vorm van genealogisch onderzoek, de kwartierstaat. Met uzelf als uitgangspunt verzamelt u, terugwerkend in de tijd, gegevens over uw twee ouders, vier grootouders, acht overgrootouders, zestien betovergrootouders enz. In elke volgende generatie verdubbelt het aantal voorouders dus.

Met deze vorm van onderzoek beginnen de meeste mensen, maar u kunt ook andere vormen kiezen. Het is bijvoorbeeld mogelijk een onderzoek in te stellen naar alle nazaten in de mannelijke lijn van uw stamvader. Dit onderzoek, dat in principe de naamgenoten die familie van u zijn betreft, wordt genealogie genoemd. De term genealogie duidt dus zowel het familieonderzoek als geheel aan als één vorm daarvan in het bijzonder. Ook kunt u een voorouder als stamvader nemen en diens gehele nageslacht uitzoeken in mannelijke en vrouwelijke lijn. Dit wordt een parenteel genoemd. Maar wellicht raakt u geïnteresseerd in één bepaalde voorouder en wilt u van hem of haar een biografie maken.

Is er al iets gepubliceerd over mijn voorouders?
Voordat u begint met het onderzoek naar uw voorouders is het verstandig na te gaan of anderen misschien al gepubliceerd hebben over de familie die u wilt uitpluizen. Het zou zonde van de tijd zijn wanneer u vele uren steekt in een onderzoek dat een ander al heeft uitgevoerd. Ook wanneer gedurende het genealogisch onderzoek nieuwe namen opduiken (bijvoorbeeld in de vrouwelijke lijn) moet u zich er steeds van bewust zijn dat daarover een ander al eens een boek of een artikel in een tijdschrift geschreven kan hebben.

Repertoria
Hoe weet u nu of dat het geval is? Om een publicatie over een bepaalde familie terug te vinden zijn verschillende repertoria en bibliografieën beschikbaar. Specifiek genealogisch is E.A. van Beresteyn, Genealogisch repertorium tot 1970 (Den Haag 1972) met Supplementen over de jaren 1970-1994. In dit repertorium vindt u de Nederlandse families waarover informatie in boeken en tijdschriftartikelen is opgenomen, met vermelding van de titels van die publicaties. De meeste genealogieën van Drentse families bevinden zich in het Rijksarchief Drenthe. De in het repertorium vermelde publicaties zijn alle in te zien bij het Centraal Bureau voor Genealogie.

Voor Drentse families kunt u verder kijken in P. Brood, Nieuw Drents repertorium. Bibliografie van de Drentse geschiedenis (Assen 1984) en het vervolg daarop: E.H. Karel (red.), Bibliografie van de Drentse geschiedenis 1984-1993 (Assen 1995). In deze algemene bibliografieën staat een rubriek `genealogieën en biografieën', waarin de betreffende boeken en artikelen over Drentse families en personen staan aangegeven. Van nut kan zeker ook zijn W.G. Doornbos, Genealogische bibliografie van de provincie Groningen (Groningen 1995), waarin vele Gronings-Drentse families vermeld zijn. Ook het wat algemenere werk van A. Mennens-van Zeist, Bibliografie voor de Eems Dollard Regio (Groningen/Leer 1994) kan van pas komen, aangezien het de provincies Groningen en Drenthe en het Duitse Oost-Friesland en Eemsland bestrijkt.

Het Rijksarchief Drenthe bereidt een Drentse genealogische bibliografie voor die in de toekomst het zoeken zal vergemakkelijken.

Niet alleen de familienaam, ook de plaatsnaam kan een ingang zijn. Aldus zoekend treft u enkele waardevolle genealogische onderzoeken aan. Te noemen zijn B. Jonker, Assen: bevolking rond 1800 (Assen 1992), Bevolking Assen 1700-1800 in gezinsbladen (Assen 1997), L. Kern, De Westerwijk en omgeving: geschiedenis van een wijk in het Drentse dorp Dalen (Dalen 1993) en S.G. Hovenkamp, Wachtum 1600-1800; twee eeuwen geschiedenis van een buurschap bij Dalen (Hilversum 1996).

Tijdschriften
In de zojuist genoemde repertoria wordt verwezen naar genealogische of historische tijdschriften. De belangrijkste Nederlandse genealogische tijdschriften zijn De Nederlandsche Leeuw (vanaf 1883), Gens Nostra (vanaf 1946) en het Jaarboek Centraal Bureau voor Genealogie (vanaf 1947). Daarnaast moet gewezen worden op twee jaarboeken, waarin uitsluitend genealogieën staan: het Nederland's Adelsboek (sinds 1903), met alle Nederlandse adelsfamilies, en Nederland's Patriciaat (sinds 1910), dat vooraanstaande niet-adellijke Nederlandse families bevat.
In deze algemene tijdschriften en jaarboeken verschenen af en toe ook genealogieën van Drentse families. Sinds 1973 zijn er echter specifiek Drentse tijdschriften: Spint Arwt'n (1973-1980), opgevolgd door Ons Waardeel (1980-1993) en het Drents Genealogisch Jaarboek (vanaf 1994), en Threant (sinds 1990), het mededelingenblad van de afdeling Drenthe van de Nederlandse Genealogische Vereniging. Voor de Gronings-Drentse families mag ook Gruoninga (vanaf 1954) niet onvermeld blijven.

Ook de door de lokale historische verenigingen uitgegeven tijdschriften bevatten regelmatig genealogische artikelen. Te noemen zijn het Asser Historisch Tijdschrift, Ol Eel Kontakt (Eelde), Ons Erfdeel (Gieten), Oud Meppel, Ons Erfgoed (Havelte), De Veenmol (Hoogeveen), De Zwerfsteen (Borger), Ons Ruinerwold, Stadt en Heerlickheydt Coevorden, Roon (Roden), De Kloetschup (Rolde) en de tijdschriften van de historische verenigingen in Beilen en Westerbork.

Biografieën
Niet alleen is er al heel wat geschreven over Drentse families, ook over individuele personen kan men het nodige vinden. Allereerst verdient vermelding de serie Drentse biografieën, waarvan tot nu toe vijf delen verschenen zijn (Meppel/Groningen 1989-1997). In elk deel staat een vijftigtal korte biografieën van bekende en minder bekende Drenten. Het zoeken wordt vergemakkelijkt door het cumulatief register achterin ieder deel.

Er zijn nog meer biografische woordenboeken, waarin Drenten voorkomen. Speciaal voor het Gronings-Drentse veenkoloniaal gebied leze men J.D.R. van Dijk en W.R. Foorthuis (red.), Vierhonderd jaar Groninger Veenkoloniën in biografische schetsen (Groningen 1994). Nationale, meerdelige biografieënverzamelingen zijn:

  • A.J. van der Aa, Biographisch woordenboek der Nederlanden (Haarlem 1852-1878), 12 delen in 6 banden;
  • Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek (Leiden 1911-1937), 10 delen;
  • Biografisch woordenboek van Nederland (Den Haag 1979- );
  • Biografisch lexicon voor de geschiedenis van het Nederlandse protestantisme (Kampen 1983- );
  • Biografisch woordenboek van het socialisme en de arbeidersbeweging in Nederland (Amsterdam 1986- ).

Het loont zonder meer de moeite deze woordenboeken in de bibliotheek, bijvoorbeeld van het rijksarchief, eens na te slaan.

Om bij de hand te hebben ...
Deze gids vormt de inleiding op genealogisch onderzoek in Drenthe. Voor meer achtergrondinformatie kunt u terecht bij enkele gidsen en handboeken (die overigens deels door dit boek worden vervangen). In 1978 verscheen van P. Brood (red.), Graofwark; hulpmiddel bij het genealogisch en regionaal-historisch onderzoek in Drenthe. Deze eerste gids werd gevolgd door twee andere: M.A.W. Gerding (red.), Op zoek naar het eigen verleden. Gids voor het regionaal en lokaal historisch onderzoek in Drenthe (Meppel 1985) en P. Brood, Speurwerk. Hulpmiddel voor lokaal en regionaal historisch onderzoek in Drenthe (Assen 1988). Al deze boeken zitten vol aanwijzingen, tips en praktische lijsten.
Handig voor wie Duitse voorouders blijkt te hebben is het boek van J.G.J. van Booma, Genealogisch onderzoek in Duitsland (Den Haag 1987).

Onvermijdelijk zult u bij uw onderzoek, met name vóór 1800, te maken krijgen met termen en woorden die met de hedendaagse woordenboeken niet zo gemakkelijk te verklaren zijn. In het Practisyns woordenboekje of Verzameling van meest alle de woorden in de rechtskunde gebruikelyk (van 1785, maar als facsimile heruitgegeven in 1996) zijn evenwel zeer veel woorden verklaard.
Om u op weg te helpen met stamboomonderzoek en, eenmaal begonnen, om u te begeleiden bij de voortgang moet een aantal nuttige handboeken genoemd worden. Algemeen is het boek van R. van Drie (red.) e.a., Voorouders in beeld. Stamboom en familiegeschiedenis (Utrecht/Den Haag 1997) en R. van Drie, Stamboomonderzoek voor beginners (Den Haag 1998).

Het vastleggen van gegevens
De kennis over uw familie zal aanvankelijk in velerlei aantekeningen vastgelegd worden. Het is echter van het grootste belang orde te scheppen in uw gegevens en er structuur in aan te brengen. Voor het aanleggen van een familiedocumentatie zijn goede hulpmiddelen voorhanden in de vorm van formulieren. De basis is de kwartierstaat. Daarnaast is er het gezinsblad, waarop alle gegevens betreffende een echtpaar en hun kinderen worden genoteerd. Belangrijk is steeds de bron te vermelden, waaruit u de gegevens geput hebt. Zo weten u en anderen later nog hoe u aan uw informatie komt.

Formulieren voor kwartierstaten zijn gratis verkrijgbaar bij het rijksarchief; kwartierstaatformulieren en gezinsbladen kan men aanschaffen bij het Centraal Bureau voor Genealogie.

Voor het verwerken en publiceren van genealogische gegevens zie men vooral O. Schutte, Richtlijnen voor het bewerken van genealogische publicaties (Den Haag 1984).
Computer-genealogie
Vele genealogen willen hun gegevens invoeren en ordenen in hun computer. Per persoon wordt volgens een vast stramien een aantal gegevens genoteerd. Deze persoon krijgt vervolgens een plaats in het netwerk van relaties, een database of gegevensbestand genoemd.
In Nederland zijn drie programma's in gebruik die daarvoor zeer geschikt zijn: Gens Data (van de computerafdeling van de Nederlandse Genealogische Vereniging), Hazadata (van Telapas Software in Birdaard) en Pro-Gen (van J. Mulderij te Markelo). Bij dit laatste programma is een uitgebreid handboek: A. Holla, Stamboomonderzoek. Genealogie en de PC (Soest 1994).
Het Centraal Bureau voor Genealogie (CBG) heeft een informatiefolder Aanschaf genealogische computerprogramma's beschikbaar, die u op aanvraag wordt toegezonden.
Ook via Internet kan de genealoog aan informatie komen. Het Centraal Bureau voor Genealogie, de Rijksarchiefdienst (dus ook het Rijksarchief Drenthe), een aantal Nederlandse gemeentearchieven en de Drentse Historische Vereniging zijn al via Internet bereikbaar. De archiefdiensten zijn druk bezig de voor voorouderonderzoek nuttige bestanden voor raadpleging via Internet gereed te maken. Genealogisch onderzoek kan men binnenkort ook vanachter de computer thuis uitvoeren.

Genealogische instellingen en verenigingen
De grootste instelling in Nederland is het Centraal Bureau voor Genealogie (CBG) in Den Haag. Het CBG is een documentatiecentrum voor familiegeschiedenis, dat werd opgericht in 1945. Het heeft een uitgebreide bibliotheek, circa 70.000 dossiers op familienaam, collecties familieadvertenties en bidprentjes en vele bronnen op microfilm. Deze verzamelingen kunnen tegen een kleine dagvergoeding geraadpleegd worden in een van de studiezalen. Een bezoek aan het CBG loont altijd de moeite.

Het CBG geeft een aantal hulpmiddelen voor genealogische onderzoekers uit, behalve de genoemde formulieren. Met regelmaat verschijnen gidsen en informatiebladen. Elk kwartaal verschijnt het tijdschrift Genealogie en elk jaar het Jaarboek met nuttige informatie. Deze publicaties worden toegezonden aan de `Vrienden' (donateurs) van het Centraal Bureau voor Genealogie.

Veel beoefenaren van genealogie hebben zich aangesloten bij een of meer verenigingen. Dat geeft de mogelijkheid voor de uitwisseling van informatie en voor het bijwonen van cursussen en lezingen. De (landelijke) Nederlandse Genealogische Vereniging beschikt over een verenigingscentrum te Naarden met een grote bibliotheek, het centraal naamregister (een toegang op alle achternamen in genealogische publicaties) en uitgebreide documentatie. Zij heeft regionale afdelingen, waaronder een Drentse. Daarnaast is er de Drentse Historische Vereniging, die een afdeling Genealogie kent.

Het Rijksarchief Drenthe is niet alleen het belangrijkste onderzoekscentrum voor genealogie in Drenthe, maar organiseert ook cursussen (in genealogie, het lezen van oud schrift, heraldiek e.d.) en biedt de gelegenheid contacten te leggen met andere genealogen.
Alle bronnen die in dit boek genoemd worden, zijn, tenzij anders vermeld, aanwezig in het Rijksarchief Drenthe.

Archiefbezoek: hoe gaat dat?
In Drenthe is het rijksarchief in Assen de enige volledig geoutilleerde archiefdienst. Grotere gemeenten als Assen en Emmen hebben wel archiefambtenaren die u van dienst kunnen zijn, maar niet alle onderzoeksfaciliteiten.
Als u het rijksarchief bezoekt, schrijft u zich eerst in bij de receptie en maakt u het doel van uw bezoek kenbaar. Bij de rijksar­chieven krijgt u een pasje dat u nodig heeft om stukken te kunnen aanvra­gen. Zo'n pasje kunt u bij elk rijksarchief gebrui­ken. U hoeft dus niet voor elk rijksar­chief een apart pasje te hebben. Bij de inschrijving bij het rijksarchief in Assen krijgt u ook een informatiemapje, waarin naast een aantal huishoudelijke regels ook verschillende handige onderzoeks­tips zijn vermeld.

Het rijksarchief beschikt over studiezalen met kopieerfaci­li­teiten. Tarievenlijs­ten zijn daar ook aanwezig. De medewerkers in de studieza­len zullen u graag deskundig voorlichten over de gang van zaken, en u op weg helpen bij het zoeken naar gegevens. Maar: bedenkt u wel dat u het onderzoek ten slotte zelf moet doen, al kunt u delen ervan tegen betaling laten doen. Dat is kostbaar en niet half zo leuk. Wel kan dat soms een oplossing zijn om achter de gegevens te komen die alleen met veel reiskosten te bemachtigen zijn.
Het rijksarchief beschikt ook over kaarten, tekenin­gen en platte­gronden waarmee u uw onderzoek kunt verlevendi­gen of juist iets duidelijker kunt maken, want: archieven zijn nooit compleet. Oorlogen, branden, overstromin­gen, maar ook ongedierte hebben in de loop van de eeuwen evenzovele aanslagen op de archivali­a gedaan met soms desastreuze gevolgen. Maar ook talloze gretig bladerende handen hebben in de loop van de tijd schade aan archivalia toegebracht. Hoe­wel de archief­diensten met man en macht proberen de archivalia te verfilmen of anderszins te reprodu­ce­ren, is verreweg het meeste nog niet ver­filmd. Voorzichtigheid is dus geboden zodat ook generaties na ons op hun beurt onderzoek kunnen blijven doen.