1. Hoe begin ik het onderzoek?


INLEIDING IN DE BURGERLIJKE STAND

Meneer Engelsman zoekt zijn voorouders
De beste leerschool is de praktijk. We beginnen daarom het inhoudelijke gedeelte van deze gids met een tastbaar voorbeeld.

Paul Engelsman te Utrecht zoekt de voorouders van zijn grootvader, van wie hij weet dat hij uit Gieten in de provincie Drenthe afkomstig is. Hij kent de verjaardag van zijn grootvader, 15 april, en weet dat deze Herman heette. Uit de leeftijd die in de destijds uitgeknipte overlijdensadvertentie vermeld stond, kan Paul Engelsman ook zijn opa's geboortejaar afleiden: 1892. Deze gegevens (Herman Engelsman, geboren te Gieten op 15 april 1892) zijn al voldoende om het onderzoek mee te beginnen.
Het is van belang zo veel mogelijk `harde' gegevens (namen, data, plaatsen) te verzamelen voor men naar een archief gaat in verband met de beperkte openbaarheid van de recentste akten. Een geboortedatum vóór of in 1902 is daarvoor in het algemeen genoeg. Men kan hiervoor familieleden raadplegen of overlijdensadvertenties, trouwboekjes en dergelijke papieren in de eigen familie proberen op te sporen.
De openbaarheid van de akten uit de twintigste eeuw is beperkt om redenen van privacy van nog levende personen. Hierop komen we later nog terug.
De heer Engelsman begeeft zich naar het Rijksarchief Drenthe en raadpleegt daar de registers van de burgerlijke stand. Hierin worden alle geboorten, huwelijken en sterfgevallen die in Nederland plaatsvinden, geregistreerd. Deze registers zijn vanaf 1811 opgemaakt en worden, voor zover zij reeds ter inzage zijn, bewaard in de rijksarchieven in de provinciehoofdsteden.

De registers met geboorte-, huwelijks- en overlijdensakten werden altijd in tweevoud opgemaakt: één serie bleef in het betreffende gemeentehuis en één serie werd bij de arrondissementsrechtbank bewaard. De series die zich in het Rijksarchief Drenthe bevinden, zijn afkomstig van de rechtbank. De gemeenten beschikken dus ook over een complete serie.

De geboorteakte
Het eerste archiefstuk dat gevonden kan worden is de geboorteakte. De geboorteregisters zijn chronologisch geordend, maar er zijn ook alfabetische indices op naam: de zogenaamde tienjaarlijkse klappers of tienjarentafels, alfabetische registers, genoemd naar het feit dat zij de toegang op blokken van tien jaar vormen. In het deel dat de geboorten in de gemeente Gieten van 1883 tot en met 1892 beslaat, vinden we de verwijzing naar de geboorteakte van Herman Engelsman terug. De tienjarentafel geeft als `datum der acte' 17 april 1892. In de tafels wordt bijna altijd naar de aktedatum verwezen. De aktedatum is de datum waarop de geboorte in het gemeentehuis is aangegeven en dat is vaak één of meer dagen na de werkelijke geboortedatum. De data in de tafels zijn dus in veel gevallen niet de geboortedata; die vergissing wordt vaak gemaakt!

De geboorten moesten binnen drie dagen worden aangegeven. De tienjarentafels op de akten van de burgerlijke stand staan in het Rijksarchief Drenthe in kopie in de studiezaal.
De meest gebruikte bronnen voor genealogisch onderzoek staan in kopie, op microfiche of microfilm in de studiezaal. De originelen worden in principe niet meer ter inzage gegeven. Door het vele gebruik zouden deze namelijk anders te veel schade lijden.

Met behulp van de aktedatum is de geboorteakte terug te vinden in het register van geboorten, omdat de akten hierin op volgorde van aktedatum zijn ingeschreven. In de geboorteakte vinden we de naam, geboortedatum, -tijdstip en -plaats van het kind en de namen en beroepen van de ouders. De aangever van de geboorte, bijna altijd de vader, tekent de akte, als hij tenminste zijn naam kan schrijven.

De geboorteakte van de grootvader van Paul Engelsman levert zo de gegevens dat Herman Engelsman is geboren op 15 april 1892 om 11 uur 's avonds ten huize van zijn ouders: Harm Engelsman, 37 jaar oud, bakker te Gieten, en Hinderkien Hiddingh, zonder beroep. De aangever, zoals gebruikelijk de vader, tekent de akte samen met twee getuigen.

Eén van de getuigen is een veldwachter. Als getuigen treden vaak gemeente­ambtenaren op, omdat die toch in de buurt van het gemeentehuis zijn. Ook caféhouders komen veel als getuige voor, om na afloop van de aangifte de geboorte te vieren met een drankje. Veel gemeentehuizen in Drenthe waren tot het eind van de negentiende eeuw trouwens nog gevestigd in het plaatselijke café. Na 1934 worden in de geboorte- en overlijdensakten geen getuigen meer vermeld.

De geboorteakten zijn op microfiche over de periode 1811-1902 in zelfbediening in te zien in de studiezaal van het Rijksarchief Drenthe. In 2012 komt het gedeelte over de jaren 1903-1912 ter inzage en latere akten steeds 100 jaar na afloop van een tienjarenblok. Informatie uit akten van de burgerlijke stand die nog niet bij het rijksarchief ter inzage zijn is bij de betreffende gemeente te verkrijgen.

In de tienjarentafels van Gieten over de jaren 1873-1882 en 1883-1892 staan nog meer Engelsmannen. Nu we de namen van Hermans ouders kennen (de overgrootouders van Paul Engelsman), kunnen we ook de geboorteakten van deze kinderen opzoeken en kijken of hier nog broers en zusters van Herman bij zitten. Na controle van de akten blijken de volgende kinderen van Harm Engelsman en Hinderkien Hiddingh in Gieten geboren te zijn:
1. Suzanna Engelsman, geboren 18 mei 1882 (aktedatum 19 mei 1882).
2. Jan Engelsman, geboren 6 oktober 1884 (aktedatum 8 oktober 1884).
3. Herman Engelsman, geboren 4 april 1887 (aktedatum 5 april 1887).
4. Aaltien Engelsman, geboren 26 december 1888 (aktedatum 27 december 1888).
5. Herman Engelsman, geboren 15 april 1892 (aktedatum 17 april 1892).
De andere kinderen Engelsman die in Gieten geboren werden, horen tot een ander gezin.

Harm Engelsman en Hinderkien hadden twee zonen Herman; de eerste is jong overleden. Het was vroeger gebruikelijk een later kind dan alsnog dezelfde naam te geven. Omdat de kindersterfte vroeger hoog was, kwam het wel voor dat daardoor drie, vier of zelfs vijf keer dezelfde naam aan kinderen werd gegeven die telkens jong stierven.

De huwelijksakte
Om het voorgeslacht van Harm Engelsman en Hinderkien Hiddingh op het spoor te komen, gaan we op zoek naar hun huwelijksakte. Net als bij de geboorteakten zoeken we in de tienjarentafel de juiste datum op. Omdat het eerste kind in Gieten geboren werd in 1882, nemen we daarvoor de tafel van Gieten over 1873-1882.
Veel echtparen trouwden vroeger in de gemeente van herkomst van de bruid. Als een echtpaar niet trouwde in de plaats waar de kinderen geboren werden, kan het dus vaak helpen om te zoeken naar haar geboorteplaats, bijvoorbeeld door middel van een overlijdensakte.
De aangegeven datum is tegelijk de aktedatum en de datum van voltrekking van het huwelijk (bij geboorten en overlijdens is daar, zoals gezegd, vaak één of twee dagen verschil tussen). De huwelijksakte is vervolgens zonder probleem terug te vinden.

De huwelijksakte geeft gewoonlijk de namen van het echtpaar, hun beroepen, leeftijden, geboorte- en woonplaatsen en de namen van de ouders. Als de ouders nog in leven zijn, worden ook hun beroepen en woonplaatsen vermeld.
Harm Engelsman was, zo lezen we, een 26 jaar oude bakker, geboren en wonende te Gieten, zoon van Jan Ottens Engelsman, bakker te Gieten, en zijn vrouw Suzanna Zwiers, zonder beroep. Hinderkien Hiddingh was 27 jaar, geboren te Gasselte en wonende te Gieten, dochter van Herman Hiddingh en Aaltien Aling, beiden overleden. We kennen nu dus de namen van de betovergrootouders van Paul Engelsman.

Het echtpaar wordt in de akte `jongeman' en `jongedochter' genoemd. Dit heeft niets te maken met hun leeftijd, maar deze benamingen geven aan dat zij niet eerder gehuwd zijn geweest.
Het loont altijd de moeite om even naar de getuigen te kijken: bij een huwelijksakte zijn dit vaak verwanten. In deze huwelijksakte vinden we bij voorbeeld Egbert Zwiers en Lambertus Engelsman, ooms van de bruidegom, en Otto Hiddingh en Jan Hiddingh, neven van de bruid. Als het onderzoek naar het voorgeslacht van het bruidspaar moeilijkheden oplevert, kan dit helpen om het juiste spoor terug te vinden.

Verder staan onder de huwelijksakte de handtekeningen van het echtpaar, hun ouders (voor zover in leven) en de getuigen. We zien dat de moeder van de bruidegom geen geoefend schrijfster was.
Uit de voornamen van de ouders van Harm Engelsman en Hinderkien Hiddingh (Jan, Suzanna, Herman en Aaltien) blijkt dat, zoals gewoonlijk, zij hun kinderen naar de grootouders vernoemd hebben: de oudste zoon naar grootvader van vaders-, de tweede naar die van moederskant; de oudste dochter naar grootmoeder van vaders-, de tweede naar die van moederskant. In de praktijk worden altijd eerst de grootouders vernoemd. Als er meer kinderen geboren werden, kwamen ooms, tantes en eventueel verdere familieleden aan de beurt.

Huwelijksakten zijn over de periode 1811-1922 op microfiche in zelfbediening te raadplegen in de studiezaal van het Rijksarchief Drenthe. De akten uit de periode 1923-1932 komen ter inzage in 2007 en de latere akten steeds 75 jaar na afloop van een tienjarenblok. Informatie uit akten van de burgerlijke stand die nog niet bij het rijksarchief ter inzage zijn is bij de betreffende gemeente te verkrijgen.

De huwelijksbijlagen
Bij ieder huwelijk werden ook bewijsstukken ingeleverd: de huwelijksbijlagen. Hieronder vinden we afschriften van verschillende akten die verdere informatie over het bruidspaar geven. De bijlagen zijn doorgaans geordend op gemeente, jaar en aktenummer. Het is dus van belang om bij het raadplegen van de huwelijksakte ook het aktenummer te noteren! In de huwelijksakte van Harm Engelsman en Hinderkien Hiddingh staat het aktenummer, zoals gebruikelijk, boven de akte: `No 3'. De bijlagen(Gieten, 1881, nr. 3) kunnen vervolgens op microfilm geraadpleegd worden. Zij blijken te bevatten:

  • een uittreksel uit de geboorteakte van Harm, geboren in de gemeente Gieten op 17 jan. 1855, zoon van Jan Ottens Engelsman en Suzanna Zwiers, echtelieden;
  • een uittreksel uit de geboorteakte van Hinderkien, geboren in de gemeente Gasselte op 4 sept. 1853, dochter van Herman Hiddingh en Aaltien Aling, ehelieden (= echtelieden);
  • een uittreksel uit de overlijdensakte van Herman Hiddingh, weduwnaar van Aaltje Alingh, overleden te Gasselte op 11 juli 1868;
  • een uittreksel uit de overlijdensakte van Aaltien Alingh, echtgenoot van Herman Hiddingh, overleden te Gasselte op 11 april 1855;
  • een verklaring van de Commissaris des Konings in Drenthe dat Harm Engelsman aan zijn militaire dienstplicht heeft voldaan.

Dit zijn de stukken die praktisch altijd in de huwelijksbijlagen gevonden worden: uittreksels uit de geboorteakten van het bruidspaar, uittreksels uit de overlijdensakten van de overleden ouders en een verklaring betreffende de dienstplicht van de bruidegom. Als iemand als weduwe of weduwnaar hertrouwt, moet ook altijd een uittreksel uit de overlijdensakte van de vorige echtgenoot of echtgenote bijgevoegd zijn.

Naast deze uittreksels kunnen ook andere stukken in de huwelijksbijlagen gevonden worden, bijvoorbeeld een toestemming van één of meer ouders die niet bij de huwelijksvoltrekking aanwezig kunnen zijn of een notariële akte dat de toestemming voor het huwelijk van een meerderjarig kind niet verkregen kon worden. Was men jonger dan 30 jaar, dan was de toestemming van de ouders voor het huwelijk nodig. Als de ouders van bruid of bruidegom overleden zijn, worden in de huwelijksbijlagen vóór 1839 niet alleen de uittreksels van hun overlijdensakten opgenomen, maar vaak ook die van de grootouders. Op deze wijze werd aangetoond dat ook de grootouders geen toestemming voor het huwelijk meer konden geven. Voor de genealoog een belangrijke bron, want het gaat soms om uittreksels uit registers die niet meer bewaard zijn gebleven.
Als een benodigde geboorte- of overlijdensakte niet gevonden kon worden, is vaak een beëdigde verklaring omtrent de geboorte (akte van bekendheid) of het overlijden bijgevoegd. Dit is met name het geval als de geboorte of het overlijden vóór 1811 plaatsvond, waarop hieronder nog teruggekomen wordt.
De bijlagen geven slechts uittreksels uit akten; de eigenlijke akten moeten nog wel opgezocht worden om meer informatie te geven en de gegevens te controleren, maar omdat de gemeente en de datum gegeven worden, levert dat geen problemen op.

De periode waarover huwelijksbijlagen bij het Rijksarchief Drenthe te raadplegen (zullen) zijn komt overeen met die van de huwelijks­akten. De huwelijksbijlagen zijn op microfilm in zelfbediening te raadplegen in de studiezaal van het Rijksarchief Drenthe. De recentere huwelijksbijlagen berusten, voor zover niet vernietigd, alleen bij de arrondissementsrechtbank te Assen. Zij zijn immers in enkelvoud opgemaakt. De bijlagen die daar berusten zijn niet openbaar.

De overlijdensakte
Uit huwelijksbijlagen van het echtpaar Engelsman-Hiddingh kennen we de overlijdensdata en -plaatsen van Hinderkiens ouders. De betreffende overlijdensakte kunnen we vervolgens op microfiche nader bekijken.

Herman Hiddingh was op het moment van zijn overlijden `weduwenaar' van Aaltje Alingh, landbouwer te Gasselte en 72 jaar en 11 maanden oud. Hij werd te Gasselte geboren op 3 augustus 1795 en zijn ouders waren Harm Hiddingh en Janna Huizingh, beiden overleden.
Lang niet altijd zijn overlijdensakten zo uitgebreid en nauwkeurig. De geboortedatum en de namen van de ouders worden vaak niet of onjuist vermeld. Men moet ook altijd op zijn hoede zijn met deze gegevens als ze wel genoemd worden: de aangevers van het overlijden kennen vaak niet de precieze geboortedatum en -plaats of de namen van de ouders en geven het dikwijls verkeerd op. Naar mate we verder terug gaan in de tijd zijn de gegevens in de burgerlijke-standakten minder nauwkeurig. Vooral de spelling van namen wisselt: in deze akte heet de overleden vrouw van Herman Hiddingh `Aaltje', terwijl zij in haar eigen overlijdensakte en in de huwelijksakte van haar dochter Hinderkien Hiddingh `Aaltien' heet. Verder werd zij in het uittreksel van de geboorteakte van haar dochter `Aling' genoemd, maar heet zij in andere akten steeds `Alingh'!
Overlijdensakten zijn over de periode 1811-1942 in zelfbediening te raadplegen in de studiezaal van het Rijksarchief Drenthe. De akten tot 1902 staan op microfiche, die van 1903-1942 op microfilm. De akten van 1943 tot 1952 zullen in 2002 ter inzage komen en latere akten steeds 50 jaar na afloop van een tienjarenblok. Informatie uit akten van de burgerlijke stand die nog niet bij het rijksarchief ter inzage zijn is bij de betreffende gemeente te verkrijgen.

Het noteren van de gevonden gegevens
Zoals uit het voorgaande blijkt, kan het onderzoek heel snel gaan. De hoeveelheid gegevens dijt snel uit. Het is daarom belangrijk de gegevens nauwkeurig en geordend te noteren om een overzicht te houden. Voor het onderzoek naar voorouders (kwartierstaatonderzoek) kan men de namen en data op voorgedrukte formulieren invullen. In de studiezaal van het rijksarchief zijn deze kwartierstaatformulieren gratis verkrijgbaar.
De resultaten van het onderzoek van Paul Engelsman tot nu toe zien er als volgt uit:

engelsman.jpg


MEER OVER DE BURGERLIJKE STAND
Met de hierboven behandelde bronnen kan Paul Engelsman de kwartierstaat van zijn grootvader verder uitwerken voor zover het de periode tot 1811 betreft. Met behulp van de tienjarentafels en de gegevens uit de huwelijksbijlagen zijn de betreffende akten te vinden. Mede naar aanleiding van zijn vondsten zijn nog enige opmerkingen te plaatsen, die nuttig zijn om in gedachten te houden bij het onderzoek in de burgerlijke stand.

Volgorde van voornaam en achternaam
In 1934 is een aantal zaken in de akten van de burgerlijke stand veranderd. Zo zijn de getuigen bij geboorte- en overlijdensakten afgeschaft. Verder is de volgorde van voornaam en achternaam omgedraaid, om te voorkomen dat kinderen ten onrechte een samengestelde (`dubbele') naam verkregen.

Zo is Harm Engelsman op 17 januari 1855 te Gieten geboren als zoon van Jan Ottens Engelsman. Uit de geboorteakte is niet zonder meer af te leiden of Ottens een tweede voornaam is, of dat `Ottens Engelsman' een samengestelde achternaam vormde. Als Harm zijn naam bij zijn huwelijk als `Harm Ottens Engelsman' had opgegeven zou de ambtenaar dit niet aan de hand van de geboorteakte kunnen logenstraffen. Op die manier hebben in het verleden verschillende families zich van een samengestelde naam voorzien, waarbij het `dure' karakter van zo'n naam natuurlijk meespeelde. Harm overleed echter te Gieten op 4 november 1936 als `Engelsman, Harm', zoon van `Engelsman, Jan Ottens', waarmee eenduidig werd vastgelegd dat de achternaam Engelsman was.

Nauwkeurigheid van akten
We hebben al gewaarschuwd voor de gebrekkige nauwkeurigheid van de vroege burgerlijke-standakten. Huwelijksakten zijn bijna altijd betrouwbaar, omdat de gegevens daar met behulp van uittreksels aangeleverd werden, en hetzelfde geldt voor geboorteakten, waarvoor de gegevens doorgaans van de vader van het aangegeven kind afkomstig zijn. Berucht zijn echter de overlijdensakten. De daarin vermelde geboortedata zijn vaak doopdata en de namen van de ouders zijn ook niet altijd betrouwbaar.
Formeel was de nauwkeurigheid groot. De voor- en achternaam van een kind lag bij voorbeeld vast op grond van de gegevens in de geboorteakte. Met behulp van kanttekeningen in de marge werden onregelmatigheden gecorrigeerd. Fouten in akten kwamen vaak aan het licht bij een huwelijk of als men ingeschreven werd ten behoeve van de dienstplicht. Naamswijziging en andere correcties van akten werden door de arrondissementsrechtbank gelast. Vooral in de begintijd van de burgerlijke stand was de mate waarin dit ook uitgevoerd werd afhankelijk van het plichtsbesef van de ambtenaar die daarop stootte.

Geboorte- en overlijdensplaatsen
De geboorte- en overlijdensakten worden opgemaakt in de gemeente waar de geboorte of het overlijden plaatsvond. Dikwijls wordt in de akte het dorp of de buurschap waar deze gebeurtenis plaatsvond niet of onnauwkeurig vermeld.

Volgens de overlijdensakte van Aaltien Alingh was zij geboren te Borger op 23 juli 1815 als dochter van Roelof Alingh en Geessien Kloosters. Zo werd in de overlijdensakte van Aaltien Alingh vermeld dat zij geboren was te Borger, maar haar geboorteakte geeft dat haar vader ten tijde van haar geboorte `woonagtig te Ees' was. Hoewel de akte dat niet met zekerheid vermeldt, zal Aaltien wel geboren zijn in haar vaders huis te Ees. Haar huwelijksakte zegt wel dat zij in die buurschap geboren werd, maar in haar overlijdensakte wordt slechts Borger als geboorteplaats genoemd.

Buitenechtelijke kinderen
De geboor­teakte van een buiten­ech­telijk kind bevat mees­tal alleen de naam van de moeder. Het gebeurde vaak dat een man die een onge­huw­de moeder trouw­de, haar kind als het zijne erkende waardoor het kind gewettigd werd. Hij hoefde niet de biologische vader te zijn, maar werd door het erkennen wel de juridische vader van het kind. De wetti­ging gaf men aan door een kantmel­ding op de geboorteak­te.

Vondelingen
Voor vondelingen wordt een akte van vinding opgemaakt. Degene die een vondeling aantreft, geeft het kind aan bij de ambte­naar van de burgerlijke stand.

Op 2 februari 1819 vond de landbouwer Barteld Jannes een kind, hangend aan de baanderdeur (grote deur van een boerenschuur) van de molenaarswoning van Harmannus Beens in Hijken. Deze woning stond aan de Groene weg. De volgende dag deed hij aangifte bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Beilen. Volgens de akte was het `gekleed buiten om het kind een wit beddelaken gemerkt met de letters CI en cijfer 4, daarna een gewoon beddekussen, zonder sloop. Voorts een Spaans wollen dekentje, een rood wanden pak, borstrok, doek en een hembdje, het hoofd gedekt met twee gebreide witte katoenen musjes. Verders aan de voeten van het kind gevonden vier hembdjes, twee borstrokjes, drie paar kousjes alsmede een briefje liggende op de borst van het kind van de volgende inhoud: ``Indien gij dit kind opneemt en er goed voor zorgt, zult gij rijkelijk kostgeld hebben. Het heet Teodoor. In de hoek van het kussen zit wat geld voor de eerste uitgaven. Blijft hij in leven, dan zal u gau meer bezorgt worden. Anders is het voor u.'' Op aanwijs van genoemd briefje is gevonden vier drieguldens, welke aan Harmannus Beens zijn ter hand gesteld. Het kind onderzogt hebbende, hebben wij hetzelve erkend van het manlijk geslacht te zijn. Schijnende om de acht dagen oud te zijn, zonder eenige kentekenen aan het lichaam nog eenig geschrift of merk gevonden, bestemd om hetzelve te doen erkennen, zoo hebben wij terstond het kind onder de voor- en toenaam van Teodoor Groeneweg ingeschreven en bevolen dat hetzelve zoude worden ter hand gesteld aan Hermannus Beens te Hijken opgemeld'. De 37-jarige korenmolenaar Beens was dus opeens een kind rijker. Teodoor Groeneweg groeide op in Hijken, maar vertrok later. (H.J. Vos, `Vondeling in Hijken', Tijdschrift Historische Vereniging Gemeente Beilen 9 (1997) nr. 4, blz. 29-31).

Levenloze kinderen
Anders dan men zou verwachten, hoeven niet alle kinderen in een gezin in de geboorteakten terug te vinden te zijn. Als een kind namelijk dood ter wereld kwam of overleed voordat de aangifte van de geboorte plaatsvond, werd alleen een overlijdensakte opgemaakt. In de tienjarentafels zijn deze kinderen meestal opgenomen onder de naam van de vader met de aanduiding `doodgeboren kind van' of `levenloos aangegeven kind van'. Soms zijn zij moeilijker te vinden omdat de voornaam van de vader niet vermeld wordt, of omdat zij geordend zijn onder de letter K (`Kind van ...') of L (`Levenloos kind van ...').

Huwelijksaangiften en -afkondigingen
Naast de genoemde registers van de burgerlijke stand en de huwelijksbijlagen, werden ook registers van huwelijksaangiften en -afkondigingen bijgehouden. Deze akten geven naast de persona­lia ook de woonplaats van bruid en bruidegom. Dit kan van belang zijn als niet bekend is waar een huwelijk is voltrok­ken. Door deze registers kunt u dan de plaats van het huwelijk te weten komen. Op deze akten is geen naamindex aanwezig.

De heer Engelsman zoekt het huwelijk van Heildina Roelina Hiddingh en kan dat niet in Drenthe vinden. De registers van huwelijksaangifte en -afkondiging geven evenwel uitsluitsel. In 1829 geven deze weer, dat er aangifte heeft plaatsgevonden van het voorgenomen huwelijk van Reinder Hoenderken, wonende te Noordlaren, en Heildina Roelina Hiddingh. Op 31 mei en 7 juni vindt de afkondiging (de huwelijksgeboden, in de terminologie van die tijd) in Gasselte plaats. Het huwelijk zelf is voltrokken op 17 juni 1829 in de Groninger gemeente Haren, waaronder Noordlaren ressorteert.

De oudste akten van de burgerlijke stand
Wie akten uit de eerste decennia na 1811 raadpleegt, kan op vele verrassingen stuiten. Soms geven de akten meer informatie dan men in later tijd aantreft, soms missen belangrijke gegevens. De ambtenaren in de verschillende gemeenten hadden hun eigen opvattingen over het opstellen van de akten; pas in de loop van de negentiende eeuw kregen de akten een standaardvorm.
De schoonmoeder van Jakob Engelsman, Willemtien Nijenhuis, overleed te Gieten op 13 oktober 1814. In haar overlijdensakte wordt vermeld dat zij 52 jaar oud was, weduwe van Willem Ottens en woonachtig te Gieten, `nalatende zeven kinderen met namen Jan, Roelf, Harm, Marchien, Jantien, Willem en Willemtien Ottens'. De namen van haar ouders en haar geboorteplaats worden echter niet genoemd.

Doodsoorzaak
De overlijdensakte geeft geen doodsoorzaak en deze is in de regel ook moeilijk te achterhalen. Als er sprake was van een bijzonder geval (moord, epidemie, bijzondere ziekte), kan soms meer te vinden zijn in kranten, gemeenteverslagen of rechtbankarchieven.

Hinderkien Hiddingh, Paul Engelsmans overgrootmoeder, overleed op 27 november 1918 te Gieten. Bij het raadplegen van de akte valt het op dat er in dat jaar veel Gietenaren stierven: alleen al in november 1918 36 mensen, evenveel als in het hele jaar 1917. De oorzaak is makkelijk te vinden: in de Provinciale Drentsche en Asser Courant uit die tijd staan vele berichten over de Spaanse griep die in dat jaar Nederland teisterde. Zo meldt de krant van 9 november dat in Emmen in enkele dagen tijd 76 doden vielen! Mogelijk is ook Hinderkien Hiddingh aan deze ziekte overleden. Over epidemieën in Drenthe zie men verder het hoofdstuk over dagelijks leven.

In het register van aangegeven lijken van Eelde, dat hieronder nog ter sprake komt, wordt het overlijden van Harm Alberts Groenwold, 9 jaar oud, op 26 februari 1809 vermeld. Wat meer achtergrond geeft een krantenberichtje: `Na een bedlegering van 12 dagen, gepaart met koortsen, was het des Zondags den 26 February 's avonds om 8½ uur, dat onze oudste zoontje Harm, in den ouderdom van 9 jaren en 10 dagen, dit tijdelijke met het Eeuwige verwisselde. Hoe dit sterfgeval ons treft, kan een wel geplaatst ouderlijk hart wel bezeffen, egter is het onze pligt, zich te berusten in den wil van den grooten Vader der menschen. Deze dient ter kennis aan vrienden en bekenden, verzoekende van rouwbeklag verschoond te blijven. Paterswolde den 26 February 1809. A.H. Groenwold, Magriet R. Meulman.' (A. Brouwer, Het geslacht Groenwold 1650-1994 (Zeist 1994) 97)

Onderzoek buiten Drenthe
Bij bijna ieder familieonderzoek worden de provinciegrenzen vroeg of laat overschreden. Ook Paul Engelsman stuitte hierop: Jan Ottens Engelsman werd geboren in Groningen en zijn vader in Veendam. Voor verder onderzoek zal dus een bezoek aan de Groninger Archieven nodig zijn. In Nederland kent iedere provincie een rijksarchief, veel grotere steden hebben een gemeentearchief en soms zijn de akten betreffende een aantal gemeenten samengebracht in een streekarchief. In Drenthe is bijna al het materiaal dat voor de genealoog van belang is, aanwezig in het Rijksarchief Drenthe.
Moeilijker is het onderzoek in het buitenland, omdat de archieven daar anders zijn georganiseerd dan in Nederland. In het Rijksarchief Drenthe beschikt men over gidsen en adressenlijsten. Ook het Centraal Bureau voor Genealogie heeft een uitgebreide bibliotheek met informatie over genealogisch onderzoek in het buitenland.
Een goede inleiding op onderzoek in Duitsland geeft J.G.J. van Booma, Genealogisch onderzoek in Duitsland ('s-Gravenhage 1987).

Problemen
Niet altijd gaat het onderzoek van na 1811 probleemloos. In het algemeen is het onderzoek terug in de tijd (geboortedata, voorouders) makkelijker dan het vinden van nazaten en overlijdensdata, vooral als de gezochte personen verhuisden naar een andere gemeente of provincie. Er zijn met name twee soorten bronnen die de onderzoeker hierbij te hulp kunnen komen: het bevolkingsregister (zie verder) en de memories van successie (zie verder). Hoe gewerkt kan worden met andere bronnen die de primaire gegevens (namen en data van geboorte, huwelijk en overlijden) in de burgerlijke-standperiode kunnen aanvullen, wordt in hoofdstuk 3 besproken.

Zo is het overlijden van Lammechien Egberts van der Wijk, schoonmoeder van Jan Ottens Engelsman, aanvankelijk onvindbaar: in de tienjarentafels in de provincie Drenthe is zij niet te vinden. In het bevolkingsregister van de gemeente Gieten vindt Paul Engelsman uiteindelijk haar overlijdensdatum en -plaats: 13 oktober 1857 te Gieten. In de overlijdensakte blijkt haar naam te zijn geschreven als Lammechien Geerts en zo staat zij ook in de tienjarentafel; een voorbeeld van de onnauwkeurigheid in de negentiende-eeuwse akten van de burgerlijke stand.
In de successiememorie van Herman Hiddingh (zie verder) worden, zoals gebruikelijk, diens erfgenamen vermeld met hun woonplaats. In dit geval zijn het Hermans kinderen: Harm, Otto, Rolina Heildina, Jantina Willemina en Hinderkien Hiddingh, die wonen te Gasselte, en Freerkien (gehuwd met Albert Kuilman) en Gesina Wilmina Hidding (gehuwd met Jan Willems Salomons), die naar Gasselternijveen blijken te zijn verhuisd.
De gegevens die Paul Engelsman over het voorgeslacht van zijn grootvader aan de akten van de burgerlijke stand en de huwelijksbijlagen ontleende, zien er na enige dagen onderzoek als volgt uit:

kwartierstaat.jpg


VOOR- EN ACHTERNAMEN
Tegenwoordig heeft iedere Nederlander één of meer voornamen en een achternaam. De voorna(a)m(en) worden na de geboorte in de geboorteakte vastgelegd. De achternaam vererft in principe ongewijzigd van de vader op het kind (per 1 januari 1998 kan de achternaam ook van de moeder worden overgenomen).
In de periode vóór 1811 lag dat anders: er waren geen officiële regels die het gebruik van namen reguleerden. Met de invoering van de burgerlijke stand werd weliswaar geregeld dat achternamen van vader op zoon vererfden en gedurende het leven vast waren, maar in de praktijk was men niet altijd even nauwkeurig met het navolgen van deze regel. Vooral de spelling wisselde regelmatig. Omdat de afwijkende gebruiken ten aanzien van de naamgeving vóór 1811 ook in de burgerlijke-standperiode nog nawerkten, bespreken we hieronder de belangrijkste aandachtspunten.

Spelling
De spelling van zowel voor- als achternamen kon sterk verschillen. Men schreef namen (ook de eigen naam!) vaak naar eigen goeddunken en was daarin lang niet altijd niet consequent. Na 1811 valt het doorgaans wel mee, maar een afwijking van één letter kan het soms al moeilijk maken een naam in een alfabetische index terug te vinden. Als men naar een naam zoekt in een computer is het nog lastiger om alle spellingsvarianten af te lopen. Als regel wordt bij het genealogisch onderzoek de spelling in de geboorteakte aangehouden.
In de kwartierstaat-Engelsman zijn we ook na 1811 verschillende gevallen van wijzigende spelling tegengekomen: Aaltien Alingh komt zowel met als zonder `h' voor. In haar geboorteakte heet zij dochter van Roelf Alingh (die tekent als `Roelf Aaling') en Geessien Willems Klooster, terwijl haar vader in de huwelijksakte Roelof Aling heet en haar moeder daar met de voornaam Geesien te boek staat. In haar overlijdensakte heten haar ouders Roelof Alingh en Geessien Kloosters. Aan spellingsverschillen van namen moet men dus bij onderzoek in de negentiende eeuw en daarvóór niet al te veel gewicht toekennen.

Patroniemen
Vóór 1811 hadden veel Drenten nog geen vaste achternaam, maar voerden een patroniem of vadersnaam: Willem Alberts voor Willem, zoon van Albert; Hendrikje Roelofs voor Hendrikje, dochter van Roelof, enz. Ook personen met een achternaam voerden dikwijls tevens een patroniem, zowel vóór als na 1811: Jakob Harms Zwiers, Lammechien Egberts van der Wijk, enz. Anders dan in het westen des lands werd dit patroniem niet van een aanduiding `zoon' of `dochter' voorzien (zoals `Michiel Adriaenszoon de Ruyter' en `Rembrandt Harmensz. van Rijn').

Roelof Aling overleed in 1863 onder die naam, maar hij werd in 1776 gedoopt als Roelof, zoon van Willem Alberts. Tot 1811 noemde hij zich daarom Roelof Willems.

Hierboven zagen we al dat Lammechien Egberts van der Wijk in 1857 overleed onder de achternaam `Geerts'. De overijverige ambtenaar van de burgerlijke stand in Gieten ontleende deze naam aan het patroniem van Lammechiens vader, Egbert Geerts, en vond blijkbaar dat Lammechien dezelfde `achternaam' als haar vader diende te dragen.
Velen namen in of na 1811 hun patroniem als achternaam aan. Vandaar dat namen als Jansen, Willems en Roelofs tegenwoordig nog zo veel voorkomen. Ook vóór 1811 kunnen namen die eruit zien als een patroniem echter ook al fungeren als achternaam, d.w.z. ongewijzigd vererven van vader op zoon.
Margien Ottens, de vrouw van Jakob Engelsman, was een dochter van Willem Ottens. De naam Ottens zal oorspronkelijk teruggaan op een voorouder met de voornaam Otto, maar al vanaf de zestiende eeuw is het een zogenaamd `versteend patroniem': een naam die eruit ziet als patroniem, maar vererft als een achternaam. (C. de Graaf, `Genealogie van het geslacht Ottens van Anloo, ca. 1500-ca. 1811', Gens Nostra 51 (1996) 131-140, 250-284)

Veranderende achternamen
Na de invoering van de burgerlijke stand kan een achternaam formeel alleen gewijzigd of toegevoegd (samengestelde achternamen) worden bij Koninklijk Besluit, maar vóór die tijd was er geen regelgeving die het gebruik van achternamen regelde. Ook Drenten die schijnbaar een vaste achternaam voerden, konden van achternaam wisselen en de naam van een echtgeno(o)t(e), boerderij of suikeroom aannemen. Vooral het aannemen van de naam van een gekochte of bewoonde boerderij komt veel voor.

Op 31 januari 1832 overleed in Sleen Geesje Houwen. Zij huwde eerst in 1784 met Berend Jipping als Geesje Woerding en vervolgens in 1798 als Geesje Berends, weduwe van Berend Janssen, met Geert Lamberts. Een zoon uit het tweede huwelijk, ook Geert Lamberts genaamd, heette in 1826 bij zijn huwelijk zoon van Geert Lamberts en Gesien Wilting en in de aantekening van zijn doop wordt hij vermeld als zoon van Geert Jansen en Geertien Jans. Bij de doopaantekeningen van de andere kinderen heet de moeder steeds Geesje(n) of Geessien Jans(en). De naam Houwen is afkomstig van haar vader, Woerding van haar moeder, Berends is afgeleid van de voornaam van haar eerste echtgenoot, Jans(en) van de voornaam van haar vader en van Wilting is de herkomst nog onduidelijk. Zulke extreme gevallen zijn gelukkig zeldzaam. (P. Albers, `Speurtocht naar Gesien Wilting. Problemen van een genealoog', Waardeel 15 (1995) nr. 3, 8-14)

(Volledige) vernoeming
Zoals we al eerder zagen, vernoemde men kinderen vrijwel altijd naar familieleden. Gewoonlijk kwamen eerst de grootouders van het kind aan de beurt en daarna ooms en tantes. In een aantal gevallen werd dit vernoemingspatroon doorbroken:

  • De eerste zoon of dochter uit een tweede huwelijk kreeg vaak de naam van de vorige echtgenoot of echtgenote van de hertrouwde ouder.
  • Als een kind jong overleed, kreeg het eerste kind dat daarna geboren werd vaak diens naam.
  • Een kind dat na de dood van de vader geboren werd (of, in een enkel geval, na de dood van de moeder gedoopt werd), werd vaak naar de overleden ouder genoemd.

Deze vernoemingsregels konden leiden tot het voorkomen van gelijknamige kinderen in één gezin, die bij voorbeeld naar twee gelijknamige grootvaders vernoemd waren. Soms werden de kinderen dan onderscheiden door toevoeging van de aanduiding `jonge' en `olde'.
Een ander verschijnsel is dat van de volledige vernoeming, waarbij men een kind vernoemde mét de achternaam of patroniem van degene die vernoemd werd. Hoe dat kind dan in zijn latere leven genoemd werd, verschilt. Een Jan Geerts kon zijn zoon naar zijn vader Geert Pieters noemen. In dat geval is het kind Geert Pieters dus geen Geert, zoon van Pieter. Later kan hij voorkomen als Geert Pieters, maar ook als Geert Jans of zelfs als Geert Pieters Jans. Een Jan Hidding kon zijn zoon naar zijn schoonvader Klaas Baving noemen. Deze zoon heette dan later bij voorbeeld Klaas Baving, Klaas Hidding, Klaas Jansen of Klaas Baving Hidding. Door middel van volledige vernoeming konden ook twee kinderen met dezelfde voornaam onderscheiden worden.
Ook in de kwartierstaat van Paul Engelsman kwamen we al een voorbeeld van volledige vernoeming tegen: Jan Ottens Engelsman (1824-1905) was een zoon van Jakob Engelsman en Margien Ottens. Hij was volledig, met patroniem/achternaam, genoemd naar zijn oom Jan Ottens en was dus geen zoon van een Otto Engelsman.

De grootvader van Marchien Ottens, Jan Ottens, werd op 31 december 1693 te Anloo gedoopt als Jan Julsinge, zoon van Willem Ottens en Marchjen Ottens. In zijn verdere leven wordt hij altijd kortweg Jan Ottens genoemd.
In 1758 lieten Bene Engberts en Jantijn Jans Winters een zoon Jan Bolding dopen en in 1761 een zoon Jan Tingen. De eerste, Jan Bolding Beenen, kreeg o.a. kinderen met de namen Bartelt Winters, Geert Jeulen en Jantje Winters, terwijl zijn broer Jan Tingen Beenen ook een dochter Jantien Winters had, volledig genoemd naar zijn moeder. (J. Ridderingh, `De geslachtsnaamgeving in een Drentse plattelandsgemeente', NDVA (1960) 132-136)
Over naamkunde is veel literatuur. Een goede inleiding biedt: R.A. Ebeling, Voor- en familienamen in Nederland. Geschiedenis, verspreiding, vorm en gebruik (Groningen/'s-Gravenhage 1993). Over namen in Drenthe: R.A. Ebeling, `Persoonsnamen', in: P. Brood, red., Graofwark. Hulpmiddel voor lokaal en tegionaal historisch onderzoek in Drenthe (Assen 1988) 37-54.

Naamsaanneming
Op grond van decreten van keizer Napoleon van 18 augustus 1811 en 17 mei 1813 waren alle inwoners van het voormalige Koninkrijk Holland, in 1810 ingelijfd bij het Franse keizerrijk, verplicht hun achternamen te laten registreren. Wie geen vaste achternaam had, moest er één aannemen en daarvan een akte laten opmaken. Deze akten vormen de registers van naamsaanneming. Hierin vinden we niet alleen de achternamen die in 1811 aangenomen of behouden werden. Bij Koninklijk Besluit van 8 november 1825 werd de verplichting om een vaste achternaam aan te nemen namelijk herhaald omdat velen zich er niet aan hielden, vooral in Oost-Nederland. Daarom werden ook in het jaar 1826 registers opgemaakt om de niet eerder geregistreerde familienamen vast te leggen.

Er zijn slechts weinig registers van naamsaanneming bewaard gebleven, namelijk: Anloo (1811, 1826), Coevorden (1826), Eelde (1811), Eelde/Peize (1812), Emmen (1826), Gasselte (1812), Havelte (1826), Hoogeveen (1813, 1826), Meppel (1826), Oosterhesselen (1826), Roden (1826), Rolde (1811), Ruinen (1811), Sleen/Zweeloo (1811), Smilde (1826), Vledder (1826), Vries (1812), Zuidlaren (1826), Zuidwolde (1826). De inhoud van de meeste van deze registers is verkort opgenomen in E.J.Th.A.M. van Emstede, Van patronymica en geslachtsnamen in Drenthe (Amsterdam 1943) 37-64. De originele registers van naamsaanneming bevinden zich in de respectievelijke gemeentehuizen, maar van alle bewaard gebleven registers staan kopieën in de studiezaal van het Rijksarchief Drenthe. Daar zijn ook alfabetische indices te vinden, één gerangschikt op de nieuw aangenomen of behouden namen en één op de patroniemen of de oude namen. In een aantal van de bovengenoemde gemeenten betreft het niet de eigenlijke registers van aanneming met de akten van naamsaanneming, maar een lijst van alle bewoners die een naam aannamen of behielden en hun kinderen, leeftijden en woonplaatsen. Deze lijsten geven echter praktisch dezelfde gegevens als de eigenlijke akten van naamsaanneming.

Harm Hidding te Gasselte, die al vóór 1811 een achternaam voerde, behield deze naam in dat jaar, mede voor zijn zoons Jan (19 jaar), Herman (16 jaar) en Willem (13 jaar) en voor zijn dochter Heildina (3 jaar). Volgens het register woonde hij in huis nr. 8. (Register van naamsaanneming, Gasselte, 1812)
In 1811 nam Roelof Tonnis, wonende binnen de gemeente Rolde, voor hem, zijn zonen Tonnis (31 jaar) en Jacob (29 jaar) en zijn kleindochter Roelofje (1 jaar), de achternaam Nijlant aan (Register van naamsaanneming, Rolde, 1811, blad nr. 84).


ONDERZOEK VÓÓR 1811

Doop-, trouw- en begraafboeken
Voor 1811 bestond er geen sluitend systeem, zoals de burgerlijke stand, voor de bevolkingsadministratie. De voornaamste genealogische bron wordt in die tijd gevormd door de doop-, trouw- en begraafregisters (DTB), die door de predikant of koster werden bijgehouden. Hierin hield men de gedoopten, de ondertrouwden en/of de gehuwden en de overledenen en/of begravenen in de gemeente bij. In 1811 moesten deze registers worden ingeleverd bij de betreffende gemeentehuizen om als grondslag te dienen voor het opzetten van de burgerlijke stand. (Daarom heten de DTB ook wel `Retroacta van de burgerlijke stand'.) We zagen al dat in de akten en de bijlagen van de burgerlijke stand dikwijls gegevens uit deze bron geput worden.

In Drenthe was verreweg het grootste gedeelte van de bevolking in de zeventiende en achttiende eeuw hervormd, of Nederduits gereformeerd, zoals het kerkgenootschap toen heette. Rooms-katholieken (o.a. in Coevorden), doopsgezinden (vooral in Roderwolde en Havelte), luthersen (in Coevorden, Assen en Meppel), waalsen (in Dwingeloo) en joden (gemeenten in Coevorden, Hoogeveen en Meppel) kwamen aanzienlijk minder voor. De meeste Drenten kunnen we dan ook in de hervormde kerkenboeken terugvinden. Alleen huwelijken die ten overstaan van een hervormde predikant gesloten werden, waren in Drenthe geldig. Daarom vinden we ook de huwelijken van niet-hervormden in de hervormde registers terug. De kerkelijke gemeenten vielen voor een groot deel samen met de latere burgerlijke gemeenten.

Het zoeken in de doop-, trouw- en begraafboeken geschiedt in grote lijnen op dezelfde wijze als in de burgerlijke stand: de registers zijn chronologisch opgesteld en er zijn klappers (die op de dopen zijn nog niet volledig). Meestal gaat men uit van een doop- of geboortedatum, afkomstig uit een huwelijksbijlage of een overlijdensakte. De doopaantekening levert de namen van de ouders, van wie vervolgens het huwelijk of de ondertrouw opgezocht kunnen worden. In de (onder)trouwaantekening wordt doorgaans de herkomst van de bruid en bruidegom vermeld. Vervolgens probeert men in de plaats van herkomst hun doopaantekening te vinden. Zo gaat het onderzoek in principe voort, waarbij men geholpen wordt door de verschillende alfabetische klappers.

Een overzicht van alle bewaard gebleven DTB in Drenthe en een inleiding over de verschillende godsdiensten die in Drenthe beleden werden, is te vinden in: P. Brood, Inventaris van de doop-, trouw-, overlijdens- en begraafregisters van vóór 1811 in de provincie Drenthe, tevens bevattende registers van aanneming van geslachtsnamen in origineel en in kopie (Groningen 1979), in te zien in de studiezaal van het Rijksarchief Drenthe en bij het Centraal Bureau voor Genealogie.

Een groot verschil met het onderzoek in de burgerlijke stand is dat de registers niet volledig bewaard zijn gebleven. Van sommige kerkelijke gemeenten zijn nog DTB uit de zeventiende eeuw, van andere ontbreken zij vrijwel geheel. In die gevallen is het noodzakelijk om andere bronnen bij het onderzoek te betrekken.

Is Jan Jans Jan Jans?
Een ander groot probleem met de DTB is, dat vaak niet eenduidig vastgesteld kan worden wie wie is. Vooral in het geval van veel voorkomende namen is het niet onwaarschijnlijk dat in één dorp tegelijkertijd verschillende naamgenoten leefden. Om de gelijknamige personen te scheiden moet men soms verder onderzoek verrichten. Een beproefde methode is het gebruik maken van de vrij strikte vernoeming van kinderen. Geeft dat geen uitsluitsel, dan moeten andere bronnen te hulp worden geroepen.
Roelof Aling werd op 7 juli 1776 gedoopt als Roelof, zoon van Willem Alberts en Hendrikje Roelofs. Het huwelijk van dit echtpaar kon zonder probleem gevonden worden: `1771, Den 19 May. Willem Alberts en Hindrikje Roelofs, beyde van den Bronger [= Bronneger, onder Borger]'. Er blijkt echter dat te Borger twee keer een Willem, zoon van een Albert, gedoopt werd, die beiden in aanmerking komen om de gezochte Willem Alberts te zijn: op 9 februari 1738 een zoon Wilm van Albert Wilms en Grietjen Berents en op 23 maart 1749 een zoon Wilm van Albert Hussinge en Roelofjen Wilms. Als we in het doopboek van Borger zoeken naar gedoopte kinderen van Willem Alberts en Hendrikje Roelofs, dan vinden we in de periode tussen 1771 en 1784 achtereenvolgens: Grietje, Roelof, Roelof, Albert, Hendrik en Berent. We zien dus geen dochter Roelofje, maar wel een Grietje. Deze zal vernoemd zijn naar Grietjen Berents en dus is Willem Alberts vermoedelijk de Wilm, gedoopt op 9 februari 1738 als zoon van Albert Wilms en Grietjen Berents. Hiervoor pleit ook het feit dat dit ouderpaar volgens de doopaantekening woonde te Bronneger, waar Willem ten tijde van zijn huwelijk van afkomstig was. Een extra aanwijzing vinden we in het patroniem van Grietjen: Berents. Haar vader zal Berent geheten hebben en van hem zal de naam van Willem Alberts' jongste zoon Berent wel afkomstig zijn.
In het gezin van Willem Alberts en Hendrikje Roelofs komt twee keer een zoon Roelof voor. In verreweg de meeste gevallen duidt dit op een vernoeming naar een overleden oudere broer of zuster. Het komt echter ook wel voor dat in één gezin meer kinderen tegelijkertijd dezelfde naam droegen.
Het is duidelijk dat dergelijke identificaties afhangen van het voorkomen van de namen. Een Dubbelt Scheltes is makkelijker te identificeren dan een Jan Jans. In sommige gevallen zijn de moeilijkheden dan ook onoplosbaar of moet er met de onzekerheid geleefd worden.

Schultegerechten
Bij het onderzoek vóór 1811 komt de genealoog niet alleen in aanraking met de indeling van Drenthe in kerkelijke gemeenten of kerspelen, maar ook met die in schultambten of schultegerechten. De schulte had verschillende taken en was een voorloper van de latere burgemeester, kantonrechter, politiecommissaris en notaris. Daarom vinden we in de archieven van de schulten verschillende bronnen die voor genealogisch onderzoek van groot belang zijn, zoals huwelijkscontracten, testamenten, stukken betreffende voogdij, boedelscheiding enz. In hoofdstuk 4 wordt nader op de werkzaamheden van de schulte ingegaan. Ook andere bronnen die hieronder behandeld worden, zijn ingedeeld volgens schultambten. Een schultambt omvatte vaak verschillende kerspelen. In de studiezaal van het Rijksarchief Drenthe is een overzicht van Drentse plaatsen en de schultambten waaronder zij vielen.

Bronnen voor geboortedata vóór 1811

Doopboeken

Vóór 1811 is het meestal niet mogelijk een precieze geboortedatum te achterhalen. In de doopboeken noteerde men meestal alleen de doopdatum, maar soms werd daarbij ook de geboortedatum gevoegd. Het is belangrijk om bij het noteren van de gegevens deze data goed te onderscheiden.

In het doopboek van Borger vinden we de doopaantekening van Hinderkien, dochter van Roelf Willems en Geessien Willems, van Ees. Volgens deze aantekening werd zij geboren op 25 oktober 1806 en gedoopt op 2 november van hetzelfde jaar.
Alle bewaard gebleven doopboeken staan in de studiezaal van het Rijksarchief Drenthe. Op de meeste doopboeken in Drenthe van vóór 1811 zijn klappers aanwezig. Per kerspel zijn er twee series, één alfabetisch op de voornaam van de kinderen (kindserie) en één alfabetisch op achternaam of patroniem van de beide ouders (oudersserie). Beide series klappers staan in de studiezaal opgesteld.

Huwelijksbijlagen en overlijdensakten
Als men na 1811 huwde, werd als bijlage een uittreksel uit het doopboek gevoegd of een andere bron waaruit de geboorte of doop bleek. Was het betreffende doopboek niet meer aanwezig dan werd een akte van bekendheid opgemaakt, waarin getuigen informatie verstrekten omtrent de identiteit van de bruid of bruidegom en zo mogelijk over geboortedatum, geboorteplaats en ouders.
Zoals we al eerder vermeldden, werden ook in overlijdensakten vaak geboortedata opgenomen, die echter ontleend werden aan doopboeken en eigenlijk doopdata waren.
Zo vinden we in de kwartierstaat van Paul Engelsman de overlijdensakten van Jakob Harms Zwiers, Harm Hiddingh en Roelof Aling. In deze akten worden geboortedata gegeven, die na contrôle steeds overeen blijken te komen met de doopdata in de doopboeken. Nu komt het wel voor dat men op de geboortedag nog gedoopt werd, maar waarschijnlijker is het dat de ambtenaar van de burgerlijke stand de doop heeft opgezocht en gemakshalve de gevonden datum als geboortedatum invulde. In de overlijdensakte van Margien Ottens wordt vermeld dat zij gedoopt werd op 18 maart 1792. Vergelijking met het doopboek wijst uit dat de ambtenaar een fout heeft gemaakt: boven de inschrijving van Margiens doop op 25 maart 1792, staat een doopaantekening van 18 maart. De ambtenaar heeft de verkeerde datum opgenomen in de overlijdensakte.

Bevolkingsadministratie
In enkele negentiende-eeuwse registers van de bevolkingsadministratie, zoals de bevolkingsregisters (zie verder) en het registre civique uit 1811 (zie verder), zijn de geboortedata van de (mannelijke) ingeschrevenen opgenomen. Deze waren deels ontleend aan opgave door de betrokkene zelf, deels aan bij de gemeente gedeponeerde doopboeken.

In het registre civique vinden we bijvoorbeeld de inschrijvingen van Roelof Willems (= Roelof Aling), arbeider te Ees, geboren 7 juli 1776, Harm Hiddingh, landbouwer te Gasselte, geboren 26 oktober 1749 en Harm Wessels (= Harm Wessels Zwiers), wever te Gieten, geboren 13 januari 1765. (OSA, inv.nr. 1673) Ook hier valt de opgegeven geboortedatum steeds samen met de doopdatum in de doopboeken en zal het dus geen geboortedatum betreffen.

Bronnen voor huwelijksdata vóór 1811

Trouw- en ondertrouwboeken
Aantekeningen betreffende huwelijken werden door predikanten op verschillende wijze in registers ingeschreven. Sommige hielden trouwboeken bij, andere onder­trouwboeken. Voorafgaand aan het trouwen werd het aanstaande huwelijk op drie achtereenvolgende zondagen van de kansel afgekondigd (geproclameerd) om anderen de gelegenheid te geven bezwaar te maken. Als het ook in een andere kerk afgekondigd werd, moest door de predikant van die gemeente een verklaring (attestatie) overlegd worden dat de proclamaties daar geschied waren en geen bezwaren waren ingediend. Meestal werd het huwelijk vervolgens gesloten in de week die volgde op de derde afkondiging.
In de ondertrouw- en trouwaantekeningen worden vaak plaatsen van herkomst genoemd, bij voorbeeld `van Ruinen' of `uit de Veenhof'. Dit betekent vaak dat men in die plaats geboren is, maar dat hoeft niet. Als men al een aantal jaren in een plaats gewoond had, kon men ook deze herkomst meekrijgen. Veel gebruikte aanduidingen zijn verder `j.m.' (jongeman) of `j.d.' (jongedochter). Dit zegt niets over de leeftijd, maar betekent enkel dat men niet eerder getrouwd was geweest. Ook een zeventigjarige kon in een trouwaantekening `jongeman' genoemd worden.

In het ondertrouwboek van Gieten vinden we de aantekening: `Willem Ottens, van Gieten, en Willemtien Nieënhuis, van Valthe. In den H. Huwelijken staat bevestigt den 17 Junii 1784'.

Op alle trouw- en ondertrouwboeken in Drenthe van vóór 1811 zijn klappers aanwezig: één serie over heel Drenthe, alfabetisch op achternaam, en één serie per kerspel, alfabetisch op voornaam. Deze klappers staan in de studiezaal van het Rijksarchief Drenthe. Als het huwelijk van een echtpaar niet in de (onder)trouwboeken van Drenthe te vinden is, wil het weleens gebeuren dat het huwelijk in de stad Groningen is afgekondigd of voltrokken, zelfs als geen van beide echtelieden uit die stad afkomstig was.
Een alfabetische klapper op Drentse bruiden en bruidegoms in de ondertrouwboeken te Groningen van 1623 tot 1811 staat in de studiezaal van het Rijksarchief Drenthe. Hierin vinden we bij voorbeeld de oom van Harm Hiddingh terug: Hindrick Hiddingh, van Gasselte, ondertrouwd te Groningen op 29 oktober 1735, gehuwd aldaar op 25 november 1735 met Sophia Hamminck, van Glimmen.

Huwelijkscontracten
Als een huwelijksdatum onvindbaar blijkt, kan hij soms nog benaderd worden door de datum van het huwelijkscontract, hoewel die betrekkelijk weinig gesloten werden. Volgens het Drentse Landrecht moest een huwelijkscontract binnen een jaar en zes weken na de sluiting van het huwelijk ondertekend worden. Meestal ligt de datum van een huwelijkscontract echter enkele weken vóór die van het huwelijk. Voor het vinden van huwelijkscontracten zie het hoofdstuk Hoe zet ik mijn onderzoek voort.

Bronnen voor overlijdensdata vóór 1811
Slechts weinig predikanten hielden overlijdens- of begraafregisters bij. Daardoor is het vaak moeilijk of zelfs onmogelijk om een overlijdensdatum te vinden. Voor zover de overlijdens- en begraafregisters bewaard zijn gebleven, staan zij in kopie in de studiezaal van het rijksarchief bij de DTB. Er is een naamindex aanwezig, per kerspel, op de (kerkelijke) overlijdensregisters, de meeste begraafregisters en enige rekeningen van diaconieën waaruit overlijdensgegevens blijken.
In Drenthe zijn verschillende bronnen om de overlijdensdatum toch precies of bij benadering te vinden. Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste.

Overlijdensregisters
In 1806 werd een landelijke belasting op nalatenschappen ingevoerd. Ten behoeve hiervan hield men van 1806 tot 1811 overlijdensregisters bij, die voor het grootste gedeelte bewaard zijn gebleven. Deze registers staan in kopie in de studiezaal van het Rijksarchief Drenthe bij de andere doop-, trouw- en begraafboeken. Een index op namen is daar ook aanwezig.

In het register van aangegeven lijken staat het overlijden, op 1 april 1811, vermeld van Otto Hiddingh. Verdere aantekeningen zijn de ouderdom (76 jaar), de woonplaats (Gasselte), ongehuwd, zijn erfgenamen (een broer en twee zusters) en de waarde van zijn nalatenschap (meer dan 300 gulden).

Ook door de (provinciale) ontvangers van de successierechten werden op grond van deze aangiften overlijdensregisters bijgehouden. In deze registers wordt ook vermeld wie de erfgenamen waren. Deze registers bevinden zich in het archief van de ontvangers van de successierechten en zijn op microfilm in de studiezaal van het rijksarchief te raadplegen. Hierop zijn slechts bij uitzondering naamindices aanwezig. (Zie verder)
Vóór 1806 werden sporadisch registers van overledenen bijgehouden. Soms zijn de aantekeningen in dergelijke registers uitvoerig, met vermelding van de leeftijd en andere informatie, maar vaak bestaan zij uit niet meer dan een naam. Ook vermeldingen als `de zoon van Hendrik Jans', `weduwe Klaas Hoving' of `swarte Jan' komen voor, waardoor identificatie sterk bemoeilijkt wordt.

Begraafregisters
Begraafregisters zijn, net als de door de predikant of koster bijgehouden overlijdensregisters, betrekkelijk zeldzaam. De data die in deze bron worden gegeven zijn vanzelfsprekend meestal niet de overlijdensdata, maar begraafdata.
Uit het begraafregister van Gasselte blijkt dat `het lijk van Jan Hiddingh van Gasselte' op 27 april 1782 werd begraven. De begraafregisters staan in kopie in de studiezaal van het Rijksarchief Drenthe.

Diaconierekeningen
Bij de begrafenissen werd, net als bij dopen en huwelijken, voor de armen gecollecteerd. Deze collectes werden beheerd door de diaconie. In de diaconierekeningen vinden we daarom vaak vermeld bij wiens begrafenis een bepaald bedrag werd ontvangen. Ook bezaten de diaconie het lijklaken, een zwart laken dat gehuurd kon worden om over de kist te draperen bij de begrafenis. De huur van het lijklaken werd in de diaconierekeningen verantwoord. De betaling kan enige tijd na de begrafenis en dus na het overlijden plaatsvinden, maar de datum geeft wel een benadering van de overlijdensdatum.
De overlijdensdatum van Jan Ottens kunnen we benaderen door de diaconierekeningen van Gieten te raadplegen. In de inventaris van het archief van de Nederlands Hervormde Gemeente Gieten, dat in het rijksarchief berust, vinden we onder inventarisnummer 3 de rekeningen voor de huur van het zwarte laken. Volgens dit register wordt op 9 oktober 1764 2 gulden en 10 stuiver betaald voor de huur van het `beste swart laken over Jan Ottens'. In december wordt hetzelfde bedrag betaald voor het `beste zwart laken over de vrouw van Jan Ottens'. De diaconie beschikte over meer lakens, verschillend van kwaliteit, waarvan de huur dus ook verschilde. De rijkste inwoners huurden vanzelfsprekend het beste en duurste laken.
Hierboven bleek al dat Jan Hiddingh op 27 april 1782 werd begraven. In de diaconierekeningen van de diaconie te Gasselte vinden we dat de huur voor het zwarte laken pas acht maanden later, op 15 december 1782, werd voldaan!

Klokkenboeken
Van het kerspel Meppel zijn de zogenaamde klokkenboeken bewaard gebleven. Als iemand overleed werd dit kenbaar gemaakt door het luiden van de klok. Hiervoor moest betaald worden en deze betaling werd geadministreerd in de klokkenboeken. De meeste inwoners van Meppel waren echter vrij van deze betaling, doordat zij of hun voorouders het recht van de klok gekocht hadden. Dit werd in de rekeningen steeds vermeld met behulp van terugverwijzingen, waardoor veel genealogische informatie geboden wordt.

Op 6 febr. 1796 werd het lijk van Jan ter Wal verluid, `vrij van de klok (= vrij van betaling), zie den 13 desember 1779'. Op 13 december 1779 vinden we de verluiding van de dochter van Jan ter Wal, `vrij van de klokke, ziet het jaar 1776 den 20 junij'. Op deze wijze volgen we de weg terug door steeds de data waarnaar terugverwezen wordt, op te slaan en vinden we o.a. dat op 25 mei 1753 Hendrik Jans Terwal, koeboer, (Jans vader) werd verluid en op 17 januari 1709 de vrouw van Jan Hendricks van der Wal (Jans grootvader).
De klokkenboeken staan in kopie in de studiezaal van het Rijksarchief Drenthe. In de centrale index op overledenen en begravenen zijn ook de vermeldingen in de klokkenboeken opgenomen.

Huwelijksbijlagen
De huwelijksbijlagen van na 1811 kunnen ook overlijdensdata bieden die elders niet gevonden worden, bijvoorbeeld omdat een register sindsdien verloren is gegaan.

In de bijlagen bij Herman Hiddinghs huwelijk op 8 september 1836 vindt Paul Engelsman uittreksels van verschillende registers waaruit het overlijden van de grootouders werd aangetoond. Zo is in de bijlagen een extract opgenomen uit de rekeningen van de diaconie te Gasselte, waaruit blijkt dat op 15 december 1782 van Harm Hidding 1 gld. en 8 stuiver is ontvangen voor de huur van het zwarte laken voor zijn vader Jan Hidding. Uit hetzelfde register blijkt dat ter gelegenheid van de begrafenis van `de weduwe Jan Hiddingh' (= Heiltien Buiting) op 3 februari 1795 uit de bekken (d.w.z. bij de collecte) is ontvangen 10 gld. en 8 stuiver. Het overlijden van Hermans grootouders van moederszijde, Harm Huizing en Roelfien Binders, blijkt uit het register van de `lijkpredikatiën', dat door de predikant te Odoorn werd bijgehouden. Harm werd aldaar begraven op 21 februari 1804 en Roelfien op 9 februari 1796. Alle registers van de gemeente Odoorn zijn bij een brand in 1823 verloren gegaan, maar dankzij de huwelijksbijlagen kan Paul Engelsman de begraafdata toch nog achterhalen.
Soms kan een datum nog op andere manier verkregen worden: Roelof Aling huwde al vóór 1811 met Geessien Willems Kloosters, zodat van hen geen huwelijksakte en dus ook geen huwelijksbijlagen bestaan. Na enig zoeken blijkt echter dat Roelofs zuster Grietje Willems Aling nog op 5 maart 1822 te Sleen huwde. Uit de bijlagen bij haar huwelijk blijkt de overlijdensdatum van haar en Roelofs ouders: Willem Alberts overleed op 7 november 1807 te Ees onder Borger en Hendrikje Roelofs op 12 september 1818 te Odoorn, ten huize van haar schoonzoon. Het overlijdensregister van Borger is thans verloren, terwijl het overlijden van Hendrikje door Paul Engelsman aanvankelijk niet gevonden kon worden omdat zij niet in Borger overleed.

Ook van de moeder van Geessien Willems Kloosters kan op deze manier het overlijden gevonden worden: in de huwelijksbijlagen van haar zuster Willemtien, die op 12 mei 1820 te Gieten huwde, vinden we een uittreksel uit het verloren gegane overlijdensregister van Odoorn, waaruit blijkt dat haar moeder, Aaltien Geerts Eding, op 11 maart 1789 te Exloo overleed. Hieruit blijkt tevens haar achternaam, die zij blijkbaar al vóór 1811 voerde.

Voogdijzaken
Als men overleed met nalating van minderjarige kinderen werden voogden aangesteld. In de stukken over de voogdij, die bewaard zijn in de archieven van de schultegerechten, wordt soms de overlijdensdatum van de overleden ouder vermeld.

Lidmatenregisters
De meeste hervormde kerkgemeenten hielden in een lidmatenregister een administratie bij van hun lidmaten (zie verder). Hierin werd soms ook aangetekend als een lidmaat overleed.

Advertenties in kranten
In het laatst van de achttiende en het begin van de negentiende eeuw werden soms overlijdensadvertenties in kranten geplaatst. Omdat Drenthe toen nog geen eigen kranten kende, moeten deze gevonden worden in dagbladen uit Groningen, Overijssel of Holland (zie het hoofdstuk over dagelijks leven). Het spreekt vanzelf dat we hier alleen de beter gesitueerde Drenten aantreffen.

Willem Ottens, schoonvader van Jakob Engelsman, overleed op 23 augustus 1802 te Gieten volgens een overlijdensadvertentie in de Opregte Groningsche Courant (aanwezig in het Rijksarchief in Groningen).Op de oudste familieadvertenties in deze krant is een index. Het Centraal Bureau voor Genealogie beschikt over een zeer grote verzameling familieadvertenties van heel Nederland, gesorteerd op achternaam.

Overlijdensregisters ten behoeve van de successiebelasting
Vóór 1806 hieven de Staten van Drenthe zelf belasting op de nalatenschappen (zie het hoofdstuk over bezit). Om deze belasting te kunnen heffen hield de plaatselijke schulte een register bij met de overledenen in zijn territoir. Deze aangiften werden vervolgens doorgegeven aan de ontvanger, die de successiebelasting inde. De registers van de schulten zijn van enkele schultambten bewaard gebleven en zijn dan te vinden in het archief van de schultegerechten, in microfilm te raadplegen in de studiezaal. De registers van aangiften en de rekeningen van de ontvanger bevinden zich in de Oude Statenarchieven, inv.nrs. 1785 (1679-1797, 1802-1805), 1025 (1779-1794), 1786 (1795-1801) en 1484 (1804-1805), die in kopie in de studiezaal staan. Op de drie laatste series registers zijn indices in de studiezaal beschikbaar.

Het betreft hier een klein gedeelte van de overledenen: aanvankelijk alleen over de Drentse onroerende goederen van personen die buiten Drenthe woonden, geleidelijkaan uitgebreid tot alle erfenissen die niet op (voor)ouders of nazaten vererfden. Over de successiebelasting en de bronnen die daaruit voortvloeide, zie ook het hoofdstuk over bezittingen.
Op 10 november 1795 geven Jan Hinderiks en zijn broers de nalatenschap aan van hun broer Berent Hinderiks, overleden op 16 oktober 1795 te Bonnen. (OSA, inv.nr. 1786, Schultambt Gieten)

Lidmatenregisters
Net als tegenwoordig kende de Hervormde kerk doopleden en belijdende leden of lidmaten. Tot het avondmaal werden alleen de lidmaten toegelaten. Men werd lidmaat van een kerkelijke gemeente na gedane belijdenis of op vertoon van een attestatie (getuigenis) van een gemeente waarvandaan men afkomstig was. Van veel gemeenten is de administratie van de lidmaten bewaard gebleven en een heel enkele keer zijn ook de attestaties zelf hierbij gevoegd. In de lidmatenregisters noteerde men wanneer iemand belijdenis gedaan had en wanneer nieuwe lidmaten met attestatie tot het avondmaal werden toegelaten. Daarnaast stelden sommige predikanten van tijd tot tijd een lijst op van alle lidmaten van hun gemeente op een bepaald moment, bijvoorbeeld wanneer een nieuwe predikant het ambt aanvaard had.

Met behulp van de lidmatenregisters kan soms worden vastgesteld wanneer iemand vanuit een andere plaats gekomen was of vertrok. Omdat men slechts met goed gedrag tot het avondmaal werd toegelaten, vinden we in de handelingen van de kerkenraad (ouderlingen en predikant) de handel en wandel van de lidmaten uitgebreid besproken als daartoe aanleiding was (zie verder).

Op 17 september 1789 vertoonde Janna Huisingh, huisvrouw [= echtgenote] van Harm Hiddingh, aan de kerkeraad van de gemeente Gasselte `attestatie van lidtmaatschap uit de Gemeente van Odoren'. Daaruit blijkt dus dat zij al vóór die datum met Harm Hiddingh gehuwd was. Waarschijnlijk is het huwelijk te Odoorn gesloten, want in Gasselte is het niet ingeschreven. Het trouwboek van Odoorn is bij de brand in het gemeentehuis in 1823 verloren gegaan.
De meeste lidmatenregisters staan in kopie in de studiezaal, maar soms bevinden zij zich in de archieven van de betreffende kerkelijke gemeente. Deze moeten dan in de studiezaal aangevraagd worden.
Handig is ook het alfabetische overzicht van Drentse lidmaten in de stad Groningen van 1676 tot 1840 met de plaats van herkomst en de datum waarop zij als lidmaat in Groningen aangenomen werden. Dit overzicht staat in de studiezaal van het Rijksarchief Drenthe.


HET NOTEREN VAN DE GEGEVENS

Kwartierstaat
Al na enige dagen onderzoek zal de hoeveelheid gevonden gegevens zodanig gegroeid zijn dat het lastig wordt om alles terug te vinden en aan te geven welke gegevens nog opgezocht moeten worden. De eerdere resultaten van het onderzoek naar de kwartierstaat-Engelsman gaven we hierboven in de vorm van een tabel, maar naarmate het aantal voorouders toeneemt is het steeds moeilijker deze op die wijze weer te geven.
Er zijn verschillende systemen om gegevens te ordenen. Het meest gebruikelijk is het systeem-Kekulé waarbij de voorouders opeenvolgend genummerd worden: ouders, grootouders enz. De persoon van wie uitgegaan wordt - in dit geval Herman Engelsman - krijgt nummer 1, zijn vader Harm Engelsman het dubbele (2) en zijn moeder Hinderkien Hiddingh het dubbele plus één (3). Deze nummering wordt voor de verdere generatie voortgezet: Jan Ottens Engelsman wordt 2 ´ 2 = 4, Suzanna Zwiers 2 ´ 2 + 1 = 5, Herman Hiddingh 2 ´ 3 = 6, Aaltien Alingh 2 ´ 3 + 1 = 7, Jakob Engelsman 2 ´ 4 = 8 enz. De voorouders in de rechte mannelijke lijn worden dus genummerd volgens de reeks 2, 4, 8, 16, 32, 64 enz. Op deze wijze kan de kwartierstaat in lijstvorm worden bijgehouden (en eventueel gepubliceerd) zonder dat het al te veel ruimte kost.

De voorlopige resultaten van het onderzoek van Paul Engelsman zien er dan bijvoorbeeld zo uit:

12. Harm Hiddingh, ged. Gasselte 26 okt. 1749, landbouwer te Gasselte, ovl. Gasselte 11 apr. 1836, tr. waarschijnlijk te Odoorn ca. 1788 (vóór 17 sept. 1789; trouwboek niet bewaard gebleven) met
13. Janna Huizingh, geb. of ged. Odoorn 17 mei 1767 (doopboek niet bewaard gebleven; ontleend aan overlijdensakte), lidmaat te Gasselte 17 sept. 1789 (met attestatie van Odoorn), ovl. Gasselte 2 sept. 1833.
   Kinderen:
   1. Jan Hiddingh, ged. Gasselte 19 aug. 1792.
   2. Herman Hiddingh (= nr. 6).
   3. Willem Hiddingh, ged. Gasselte 13 febr. 1798.
   4. Heildina Roelina Hiddingh, ged. Gasselte 10 mei 1807, tr. Haren 17 juni
      1829 Reinder Hoenderken, geb. Noordlaren 17 juni 1803, landbouwer te
      Noordlaren, zoon van Jannes Hoenderken en Elizabeth Cluiving.
14. Roelof Alingh (tot 1811: Roelof Willems), ged. Borger 7 juli 1776, arbeider te Ees (1815) en te Buinen (1836, 1863), ovl. Buinen 20 nov. 1863, tr. waarschijnlijk te Odoorn ca. 1805 (vóór 25 okt. 1806; trouwboek niet bewaard gebleven) met
15. Geessien Willems Klooster(s), geb. of ged. Odoorn 12 apr. 1784 (doopboek niet bewaard gebleven; ontleend aan overlijdensakte), ovl. Ees (Borger) 7 febr. 1873. Kinderen, o.a.:

   1. Hinderkien, geb. Ees 25 okt., ged. Borger 2 nov. 1806.
   2. Aaltien Alingh (= nr. 7).
16. Roelf Remmelts Engelsman, begr. Wildervank 25 sept. 1806 (ontleend aan huwelijksbijlagen van nrs. 8 en 9), tr. met
17. Elizabeth Harms, ovl. na 5 dec. 1816.
18. Willem Ottens, ged. Gieten 3 sept. 1747, ovl. Gieten 23 aug. 1802 (overlijdensadvertentie Opregte Groningsche Courant), tr. Gieten 17 juni 1784 met
19. Willemtien Nijenhuis (Nieënhuis), geb. Valthe(?) ca. 1762 (bij haar overlijden 52 jr. oud en bij haar huwelijk afkomstig van Valthe; het doopboek van Odoorn, waaronder Valthe viel, is niet bewaard gebleven), ovl. Gieten 13 okt. 1814.

Hoe uitgebreid men de gegevens noteert, hangt af van eigen keuze. In gevallen dat een datum moeilijk of niet te vinden is, kan men ook bijhouden welke bronnen men geraadpleegd heeft, om te voorkomen dat men later dubbel werk doet en om de oorsprong van de gegevens te verantwoorden.

Genealogie en parenteel
In dit hoofdstuk zijn we uitgegaan van kwartierstaatonderzoek, maar er zijn natuurlijk meer vormen van genealogisch onderzoek, bij voorbeeld genealogie (nazaten in de mannelijke lijn van een stamvader) of parenteel (nazaten in de mannelijke én vrouwelijke lijn). Het is gebruikelijk om genealogieën en parentelen te nummeren met een generatienummer in Romeinse cijfers en een volgnummer per generatie in Arabische cijfers. De resultaten van het voorlopig onderzoek van Paul Engelsman, aangevuld met enige gegevens

I. Willem Hidding, tr. met Roelfien Huizing.
Uit dit huwelijk:
   1. Lambert Hidding, ged. Gasselte 27 aug. 1704.
   2. Jan Hidding, volgt II.1
   3. Hendrik Hidding, volgt II.2
   4. Aeltjen Hidding, ged. Gasselte 22 mei 1712.

II.1  Jan Hidding, ged. 31 juli 1704, begr. Gasselte 17 apr. 1782 (huur zwarte laken betaald 15 dec. 1782), tr. Gasselte 7 mei 1730 met Heyltien Buiting, uit de Veenhof, begr. Gasselte 3 febr. 1795.
Uit dit huwelijk:
   1. Otto Hidding, geb. 1734/1735, ovl. Gasselte 1 apr. 1811 (76 jaar, ongehuwd).
   2. Harm Hidding, volgt III.1

II.2 Hendrik Hidding, ged. Gasselte 20 okt. 1709, tr. 1e Groningen (ondertr. aldaar 29 okt.) 25 nov. 1735 Sophia Hammink; tr. 2e Zuidlaren (ondertr. Groningen 19 maart) 3 apr. 1743 Hilligje Tamming, ged. Zuidlaren 30 juli 1718, dochter van Jan Tammink en Willemtjen Frilink.
Uit het eerste huwelijk:
   1. Tale Hidding, volgt III.2
Uit het tweede huwelijk:
   2. Willem Hidding, volgt III.3
enz.

Dit is slechts één voorbeeld van een gebruikelijke nummering. Het spreekt voor zich dat deze nummering gedurende het onderzoek verandert: men vindt immers steeds nieuwe personen in één generatie en het aantal generaties neemt ook toe naar mate men verder in de tijd terugkomt.