Nieuws

1 mln Nederlanders stamt af van Drentse koloniepaupers

Ten minste één op de zestien Nederlanders heeft voorzaten die een heropvoeding hebben ondergaan in de Drentse paupergestichten van de 19e eeuw.

Dat heeft demograaf Carel Harmsen van het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) beraamd naar aanleiding van het vandaag verschenen boek Het pauperparadijs van Suzanna Jansen. De auteur, zelf een nakomeling van deze gestichtsbewoners, blijkt dit lot te delen met ten minste één miljoen landgenoten.
‘Dit getal is een conservatieve schatting,' zegt Harmsen. ‘Waarschijnlijk ligt het werkelijke aantal aanzienlijk hoger.'

In haar boek volgt journaliste Suzanna Jansen vijf generaties van haar voorouders langs alle welgemeende pogingen de onderklasse te verheffen, waaronder de armengestichten van Veenhuizen. Sinds begin 19e eeuw werden arme stedelingen uit heel Nederland in Drenthe ondergebracht om door landarbeid tot deugdzaamheid te worden gedrild.
 
Op basis van gegevens uit het Drents Archief en het Gevangenismuseum in Veenhuizen is berekend dat tussen 1840 en 1858 twee procent van de bevolking was ondergebracht in de drie ‘vrije koloniën' en twee ‘dwangkoloniën' van de Maatschappij van Weldadigheid. Dit getal, 60.000 mannen, vrouwen en kinderen, was niet eerder bekend. Omgerekend naar nu zou het gaan om 300.000 Nederlanders die door tucht en hard werken in afzondering worden heropgevoed.

De ‘nazatenberekening' is gebasseerd op een relatief korte periode uit het bestaan van de koloniën. Het werkelijke aantal nakomelingen van de koloniebevolking moet daarom aanzienlijk hoger liggen.

In Het pauperparadijs beschrijft Jansen de gevolgen van die ervaring. Het boek laat zien hoe de armoede van generatie op generatie wordt doorgegeven.