Nieuws

Deel 2 Drenthe Toen en Nu: Molens en mulders

Dat Drenthe een echte molenprovincie was, is maar bij weinigen bekend. Toch telde deze provincie omstreeks 1850 120 molens. Van die wind- en watermolens staan er nog maar 38 overeind. ‘De Weert' in Meppel bijvoorbeeld, en ‘De Wachter' in Zuidlaren, ‘Zeldenrust' in Zuidbarge en ‘De Eendracht in Gieterveen. In het Jaar van de Molen presenteert Waanders Uitgevers ‘Molens en mulders', het tweede deel uit de populaire nieuwe reeks Drenthe Toen & Nu.

Wie Drenthe denkt te kennen, heeft tien tegen een nog nooit stil gestaan bij de geschiedenis van zijn molens. Hoewel deze in de skyline van een aantal dorpen best opvallen, staat Drenthe niet bekend om zijn rijkdom op dit gebied. We denken bij molens eerder aan de kustprovincies met hun lage landerijen die al eeuwenlang door de poldermolens worden drooggemalen. Maar vergist u zich niet: wie van Zuidlaren naar De Groeve rijdt ziet aan zijn linkerhand eerst de pontificale graan- en oliemolen ‘De Wachter' en na ruim een kilometer ‘De Boezemvriend'. Deze meer bescheiden molen staat pal naast een groot elektrisch gemaal en komt zijn moderne broer regelmatig te hulp om de zuidwaarts gelegen Hunzepolders te ontwateren.

Een hoge en tegenwoordig zo droge provincie als Drenthe heeft een interessante historie als het om schone energie gaat. Niet alleen de wind speelde een rol, maar in het verleden -  tot in de 14de eeuw - bracht het stromende water van de beken menig molenrad in beweging.

Nog verder terug in de tijd gebruikten de boeren maalstenen als handmolens om hun granen te malen. Aanvankelijk waren die maalstenen gewone veldkeien die door het gebruik steeds geschikter werden: vlak maar toch voldoende ruw om te kunnen malen.

Het hoogtepunt, wat betreft het gebruik van windmolens, ligt rond 1850. In onze provincie waren er toen meer dan 120 in bedrijf, in heel Nederland meer dan 10.000. Een flink aantal daarvan was zaagmolen, waarin het inheemse eikenhout en ingevoerde houtsoorten als vuren en grenen tot planken en balken werden gezaagd. Dankzij de zaagmolens kreeg de scheepsbouw een stevige impuls. Deze zaagmolens stonden vooral in en bij steden als Meppel, Assen, Gasselternijveen en Plankensloot, plaatsen met enige industriële ontwikkeling en handel dankzij de gunstige ligging aan waterwegen.

Daarnaast kende men volmolens waarin wol tot vilten stoffen werd verwerkt. Vilt was een belangrijke basis voor kledingstukken als mutsen en mantels. Bij de productie van vilt gebruikte men paardenurine en ranzige boter. Volmolens heetten in de volksmond niet voor niets stinkmolens. In Nieuw-Buinen stond ooit een papiermolen. Voorts waren er pelmolens  waar gerst werd gepeld en tot gort werd verwerkt. In de pelmolens werd tevens rijst gepeld.

Met uitzondering van ‘De Boezemvriend' en een drietal tjaskers zijn de tegenwoordige molens van Drenthe alle koren- en of oliemolens. Ze vormen het restant van de duizenden molens die zo tussen 1400 en 1900 zeer belangrijk waren voor de Nederlandse economie. In Nederland staan vandaag de dag nog ongeveer 1.200 wind- en watermolens. Binnen onze provinciegrenzen gaat het om 38 windmolens waarvan er vier water malen.

De opkomst van motorisch aangedreven maalderijen en meelfabrieken zorgde, samen met de schaalvergroting in de landbouw en veevoederindustrie, dat menige molen verdween. Of, zoals in Westerbork en Schoonoord, dat er een armzalige stomp overbleef. Gelukkig kon een aantal karakteristieke exemplaren behouden blijven. Hun belang neemt weer toe voor het leveren van ambachtelijk meel aan de ambachtelijke bakkers en... aan u, als u besluit zelf brood, kruidkoek of pannenkoeken te bereiden. Meestal krijgt u bij het zakje meel gratis een recept geleverd.

De molens van Drenthe kunnen niet zonder de vrijwillige mulders. Zij ontvangen u graag om te vertellen over hun ambacht. Het is echt spannend om op de molen mee te maken hoe bij een plotseling opkomende bui, die de echte molenaar al een tijdje in het oog heeft, snel en vaardig wordt gewerkt om de molen voor mogelijke schade te behoeden. Dan worden figuurlijk alle zeilen bij gezet... of wordt er opgedoekt? De molenaar kan u er alles over vertellen.

Het tweede deel uit de reeks Drenthe Toen & Nu is geschreven door Jan van Ginkel. In 18 delen geeft de reeks een herkenbaar en verrassend beeld van deze provincie. Drenthe Toen & Nu is daarom een must voor elke Drent, ook voor wie zijn provincie al goed meent te kennen. Ieder deel kost € 6,95. Wie zich op de reeks intekent, ontvangt die zonder meerkosten in de bus en hoeft geen deel meer te missen.

De hand-boekjes van Waanders Uitgevers, zo genoemd vanwege het handzame formaat en de enorme hoeveelheid informatie, zijn uitgegeven samen met het Drents Plateau, het Drents Archief, Stichting Veldwerk Nederland en de Provincie Drenthe.

toen.jpg